Politieke partijen: analyse
Als eerste en ter referentie een lijst van artikelen over de Nederlandse
politiek, met de voornaamste gaande over de tegenstellingen tussen wat grote
politieke partijen beweren te zijn, en dat waar ze zich in de praktijk voor
inzetten, door stemmingen in het parlement en anderszins (voor liefhebbers: de
zeer korte versie staat hier
):
De in deze artikelen beschreven tegenstellingen blijken dramatisch te zijn
- samengevat staat er dat:
-
De VVD beweert voor de hardwerkende man te zijn,
terwijl van hun beleid alleen de graaiers in de top profiteren.
-
De
PvdA beweert voor de lagere klassen te steunen, maar laat
die keihard vallen ten gunste van de intellectuele middenklasse in alle
culturele zaken, zoals bij normen en waarden, de allochtone immigratie en de
strijd met de islam.
-
Het
CDA beweert een christelijke partij te zijn, en de
rentmeesters van God en Jezus op Aarde, terwijl ze collaboreren met de
graai-liberalen van de VVD.
-
GroenLinks niet groen is in de zin dat ze niet
willen aan de beste bestrijding van milieu- en klimaatproblemen: beperking
van de bevolking en geen immigratie, en zodanig liberaal dat voorvrouw
Halsema er een onderscheiding voor heeft gekregen.
-
D66 beweert een Nederlandse partij te zijn, terwijl
het in feite een partij is voor Europees Imperialisme,
migratiefundamentalisme, kosmopolitisme, en globale oligarchie.
De partijen wier praktische stellingnames enigszins overeenkomen met hun
uitgesproken en geprojecteerde visie zijn de CU, Partij voor de Dieren,
SGP,
SP en
PVV - allemaal kleinere partijen dus.
De discussies die opgezette tijden losbarsten over het vertrouwen
van de burger in de politiek zijn in feite allemaal op dit verschijnsel terug te
voeren - alle andere argumenten zijn onbelangrijk, of onzin. Zoals blijkt uit
onderstaande artikel (uit: De Volkskrant, 26-10-2009, van verslaggeefster
Yvonne Doorduyn)
| |
De sfeer was goed, zonder SP en PVV
Het thuisfront noemt het een ‘snoepreisje’, maar tijdens het
bezoek van zeven fractievoorzitters aan Suriname werden ook onderling zaken
gedaan.
... Nu de zeven fractievoorzitters en Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA) weer
voet op Nederlandse bodem hebben gezet, kan de balans opgemaakt. Wat heeft de
reis naar Suriname – in Nederland vooral bekend als snoepreisje – opgeleverd?
...
Het gaat te ver om Suriname louter decor te noemen. Toch
dient de fractievoorzittersreis, die elke twee jaar plaatsvindt, ook een heel
ander doel: de onderlinge verstandhouding tussen de leiders uit het parlement.
... de fractievoorzitters zitten op elkaars lip en doen zaken.
Coalitiegenoten CDA, PvdA en ChristenUnie strijken de
AOW-schermutselingen glad. Pechtold kan luchtigjes bij Rutte informeren over
samenwerking in een nieuw kabinet. Van Geel (CDA) kan zijn boosheid kwijt over
de recente motie van wantrouwen van de VVD, en vervolgens – zand erover – met
Rutte een biertje drinken.
Ook Halsema was in Suriname one of the boys.
GroenLinks doet het goed in de peilingen, en kan in een nieuwe coalitie nodig
zijn voor een meerderheid.
De sfeer was uitermate goed, zo zonder de ‘schreeuwers’ van
PVV en SP. Geert Wilders en Agnes Kant bleven thuis, omdat ze niet van
‘ordinaire snoepreisjes’ gediend zijn. ...
Voor de gezelligheid zijn Wilders en Kant niet nodig. Bij
coalitiebesprekingen kunnen ze waarschijnlijk minder makkelijk om Wilders heen.
... |
En wat betreft de wat wijdere kring van de deskundige en waarnemers uit
diverse kring over en eventuele hervorming van het kiesstelsel (Dagblad
De Pers, 18-05-2010):
| |
...dat we politici anders kiezen
Ook al hoofdpijn van de komende verkiezingen? Geen wonder. Een stuk of
tien partijen doen een serieuze gooi naar zetels. Er zitten er altijd
wel twee of drie bij die niet heel vreselijk zijn. ...
De schommelingen in de verkiezingsuitslagen zijn zo groot dat
veel mensen pleiten voor een ander kiesstelsel dat meer stabiliteit zou
moeten bieden. Zoiets als in Amerika of Groot-Brittannië bijvoorbeeld,
waar het systeem dwing tot het vormen van twee, maximaal drie partijen.
...
Als de voorstanders van een nieuw kiesstelsel de SP en PVV
pootje willen lichten, moeten ze misschien toch iets anders verzinnen. |
En dat is niet iets dat De Pers zo maar uit de duim zuigt,
natuurlijk. Zie maar een paar maanden later, als het om de kabinetsformatie
gaat. Het komt pas in Cohen's hoofd op om aan de SP te denken, als het al te
laat is (uit:
de Volkskrant, 04-08-2010, hoofdredactioneel commentaar)
| |
.... en Cohen
Vroedvrouw, matchmaker. Waren er meer woorden voorhanden
geweest om PvdA-leider Cohen de komst van een rechts minderheidskabinet
in de schoenen te schuiven, ...
Cohen verzuimde daarnaast een werkbaar alternatief te noemen.
De uitgestoken hand van de SP heeft hij nu pas aangenomen. Geloofwaardig
is deze variant echter niet, omdat D66 daaraan niet wil meedoen.
|
En D66, de kosmopolieten die Nederland liefst morgen zouden opheffen,
zitten nog vaster in de kosmopolitische oligarchie (De Volkskrant,
06-08-2010, ingezonden brief van Gert Gering (Tilburg):
| |
Ferme wil
Binnen deze formatie kun je links en D66 en de CU twee
dingen verwijten:
1. Ze hebben in koor geroepen dat je niet om de PVV heen kunt.
Wonderlijk, 4 jaar geleden liet een groot deel van deze partijen de SP
links liggen. De SP had toen ook de grootste winst en ook nog eens meer
zetels dan de PVV nu. De SP was binnen één rondje van de formateur
buitenspel gezet. Het gaat blijkbaar helemaal niet om principes.
...
|
En dit zijn niet het enige tekenen (uit: DePers.nl,
15-03-2010, door Marcia Nieuwenhuis):
| |
PvdA weer dol op CDA
Nu al jubelen ex-PvdA-bewindspersonen over een mogelijk
CDA-PvdA-kabinet. Hoezo slechte sfeer? ‘Iedereen kon het uitstekend met elkaar
vinden. Alleen de partijtop niet.’
‘Sfeer in kabinet naar de knoppen’, ‘Ruzie in kabinet verdiept zich’ en
‘Afscheid van een liefdeloos kabinet’ kopten de kranten over het
CDA-PvdA-kabinet van Jan Peter Balkenende en PvdA-voorman Wouter Bos.
Samenwerken met de PvdA in een volgend kabinet zou ‘ongeloofwaardig’ zijn, liet
CDA-leider Balkenende al weten. ‘Dat zat hem zeer in de persoonlijke
verhoudingen’ zegt een CDA-bron nu. Met het vertrek van Wouter Bos en de komst
van Job Cohen ligt de weg voor een PvdA-CDA-kabinet weer helemaal open.
... |
En weer gezellig samen bezuinigen en privatiseren. Dikke mik. Zelfs PvdA
en VVD gaan, zoals al bewezen is de Paarse kabinetten, prima samen (uit: de
Volkskrant, 22-04-2010, door Douwe Douwes en Kim van Keken)
| |
Rutte en Cohen smeden liefdespact
Als het even kan, houden ze het bij een wedstrijdje ‘Twee mannen
onder elkaar’. De campagnestrategen van Job Cohen (PvdA) en Mark Rutte (VVD)
hebben allang afgesproken dat hun voormannen het liefst met elkaar in het
strijdperk treden. Al liet Cohen op tv quasi nonchalant weten dat ‘een debat’
met de liberaal hem ‘interessant’ leek. ...
Een goede campagnestrategie is zilver, zegt een Haagse
spindokter. Maar goud heb je pas als je goed op onverwachte situaties inspeelt.
Ook Hans Dijkstal (VVD) en Ad Melkert (PvdA) hadden voor de campagne van 2002
afspraken gemaakt. Maar dat bleek buiten Pim Fortuyn om gerekend, die in het
televisiedebat gehakt maakte van de twee paarse politici. Jan Peter Balkenende
viel Fortuyn niet aan, en ging er met de winst vandoor.
|
Dit is dus de reden voor het voor sommigen verbazingwekkende verschijnsel
dat op verschillende tijden diverse combinaties van deze partijen aan de macht
zijn geweest, maar dat door al die combinaties heen, er de continue trend was
dat Nederland steeds meer op Amerika is gaan lijken (VARAgids, nr.
30-2010, door Marcel van Dam):
| |
Jan, modaal
Portret van een Zomergast: Marcel van Dam vermoedt dat het niet alleen
de gezondheid van Jan Marijnissen was, die hem deed besluiten te stoppen
in de Tweede Kamer.
... Dat de betekenis van Jan
Marijnissen vanwege zijn marxistisch verleden wordt onderschat, lijkt
het meest wrang door het gebrek aan waardering voor zijn vroegtijdige
ontmaskering van het neoliberale beleid in ons land. In 2001 nam hij het
initiatief voor de actie 'Stop de uitverkoop van de beschaving'. Elke
persoon belast met het vooroordeel over Marijnissen vanwege zijn
verleden, onder wie ikzelf, beschouwde dat als een handige
partijpolitieke actie. In werkelijkheid was het een vlijmscherpe analyse
van de teloorgang van de sociaaldemocratische consensus van waaruit de
verzorgingsstaat was opgebouwd.
Onze opvattingen, ook over de betekenis van andere mensen,
zijn gevangenen van de tijdgeest. Veel politici en journalisten liepen
dertig jaar bewust of onbewust achter het neoliberale vaandel aan. Nu
door de kredietcrisis blijkt dat die ideologie ons aan de rand van de
afgrond heeft gebracht, zien die mensen maar moeilijk onder ogen dat ze
er dertig jaar lang naast zaten. ... |
Dat van politici wisten we al, maar Van Dam voegt hier ook de
journalistiek aan toe. En om te laten zien dat dit niet een één-mans mening van
een brommerige oude socialist is:
| |
Verlies van links ook door het plegen van sociale
roofbouw
Bob Bouhuijs | Bob Bouhuijs is historicus, politicoloog en
hogeschooldocent. Links is vervreemd van zijn achterban door
medeplichtigheid aan de ontmanteling van de verzorgingsstaat.
In zijn artikel van zaterdag 9 oktober schetst René Cuperus de
succesformule van de PVV. Onder het motto ‘It’s all about the
immigration, stupid’ beklemtoont hij dat de radicale islam en de
hoge criminaliteit en werkloosheid onder migranten hebben bijgedragen
aan de populariteit van Wilders. ...
...Dat de vervreemding van grote delen van het electoraat ook
met sociaal-economische factoren samenhangt, negeert Cuperus volledig;
een ernstige omissie die een completer inzicht in het succes van Wilders
belemmert. Hij gaat volledig voorbij aan de omarming van het neoliberale
denken door de PvdA vanaf de jaren ’90.
De ontmanteling van de verzorgingsstaat kan niet uitsluitend
op het conto van rechts geschreven worden. Door deel te nemen aan Paars
draagt de PvdA hier een wezenlijke verantwoordelijkheid. Hierdoor heeft
die partij bij een deel van haar achterban afkeer gewekt. Juist in
achterstandswijken waar men niet altijd eigenhandig een bestaan kan
opbouwen, trad de neoliberaal geïnspireerde roofbouw schrijnend aan het
licht. Dat dit het wantrouwen jegens ‘de politiek’ bij de bewoners van
die wijken heeft bevorderd, waar Wilders op inspeelt, is niet
onwaarschijnlijk.
Binnen links heeft niet alleen de PvdA, maar ook GroenLinks
zich het ‘sociaal’-liberalisme eigen gemaakt. Waar het nieuwe
kabinet-Rutte enkele schrijnende bezuinigen, bijvoorbeeld op de sociale
werkvoorziening, in het vooruitzicht stelde, bleef een apert links
antwoord achterwege. De kritiek van GroenLinks, bij monde van Halsema,
was juist rechts van toon. Het was in haar optiek een gemiste kans dat
het nieuwe kabinet de hervorming van de arbeidsmarkt, door het inperking
van WW-rechten en het versoepelen van het ontslagrecht, niet doorvoert.
Het marchanderen met hun sociale fundament door PvdA en
GroenLinks heeft een electorale ruimte geopend waar in het verleden de
SP, maar bij de afgelopen verkiezingen vooral de PVV van geprofiteerd
heeft. ...
|
Of in het kort en uit eigen kring (De Volkskrant, 01-02-2011,
hoofdredactioneel commentaar, door Peter Giesen):
| |
Broze tegenmacht
De stemming over de missie naar Kunduz ...
Er is zeker behoefte aan samenwerking op links....
Een deel van links is vrijzinnig en marktgezind (D66,
GroenLinks, een deel van de PvdA), een ander deel is traditioneel
gericht op het bestrijden van sociaal-economische achterstand (een deel
van de PvdA en de SP). ... |
Oftewel: alleen de SP en een (steeds kleiner wordend) deel van de PvdA is
nog links.
En wie de benadeelden en begunstigden zijn van dit pact
van de middenpartijen en van de Nederlandse oligarchie in het algemeen, is
volkomen helder (uit de Volkskrant, 24-06-2010, door Harrie Verbon,
hoogleraar openbare financiën, Tilburg):
| |
Glans van Paars is bedriegelijk
Toen in politiek Den Haag de gesprekken over Paars-plus werden
afgebroken, dachten sommigen weemoedig terug aan hoe mooi het was onder
paars zonder plus, namelijk de kabinetten Kok van 1994 tot 2002.
Dat paarse beleid was helemaal niet zo mooi. Zo had de paarse
coalitie geen boodschap aan het welzijn van kinderen: de kinderbijslag
werd beknot, weduwen die kinderen hadden opgevoed werden aangepakt,
alleenstaande moeders moesten aan het werk. Onder paars begon het
ongebreidelde marktdenken vorm te krijgen. In de zorg, in de energie, in
de sociale woningbouw, in het onderwijs, bijna overal in de (semi)
collectieve sector moest meer marktwerking komen. Een van de merkbare
gevolgen van die marktwerking is dat de topbestuurders in die sectoren
nu vrijwel overal Balkenende-plus salarissen verdienen. De markt vraagt
daar immers om.
Paars was ook niet in staat een gezond financieel beleid te
voeren, omdat er voldaan moest worden aan de rechtse wens om de
belasting te verlagen en de linkse wens om een ruim uitgavenbeleid te
voeren. Paars voerde een belastinghervorming in waarbij vele miljarden
belastinggeld over de schutting werden gekieperd en waarbij de grote
belastingvoordelen voor de rijken onder ons niet werden aangepakt.
... |
Ook in 2010 wordt weer gebouwd aan een Paars kabinet (uit: De
Volkskrant, 05-07-2010):
| |
Ik word genoemd ...
Coen Teulings
Hij zit al aan tafel bij de formatie van het nieuwe kabinet. Als directeur van
het Centraal Planbureau (CPB) schoof Coen Teulings al twee keer bij de
informateur aan. Zijn rapporten bepalen mede hoeveel Nederland de komende jaren
gaat bezuinigen. Zijn doorrekening van verkiezingsprogramma’s leidde ertoe dat
politieke partijen u niet zomaar iets op de mouw spelden, maar er direct het
kostenplaatje bij leveren.
Coen Teulings (51) wordt genoemd als de nieuwe PvdA-minister
van Financiën. ...
Teulings is ondanks zijn onafhankelijke rol bij het CPB
openlijk PvdA-lid. ...
Voor zijn baan bij het CPB was Teulings hoogleraar economie
aan achtereenvolgens de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit in
Rotterdam. In 2004 schreef hij mee aan het beginselprogramma van de PvdA.
|
Zie hier
voor het bewijs dat Teulings een neoliberaal is van het zuiverste water, wiens
enige doel is de staat af te douwen, en het recht van de sterkste te laten
zegevieren. En dat past prima binnen de PvdA.
De enige mogelijke conclusie van dit alles is dat de grote
politieke middenpartijen op de hoofdpunten van de brede maatschappelijke visie
één pot nat vormen. Allemaal zijn ze voor, in wat mindere of veel meer mate de
neoliberale maatschappijinrichting (uit De Volkskrant, 07-05-2010, door
J. Bernlef, schrijver):
| |
Overheid liet burger in de steek
Op het moment dat Wim Kok de ideologische veren van de PvdA afschudde,
ontwaakte ik uit mijn sociaal-democratische droom van consensus,
overleg, tegenstellingen overbruggen et cetera. De partij schaarde zich
vanaf dat ogenblik onder de gelovigen in een heilzame werking van het
marktmechanisme.
In de jaren erna werden allerlei voorzieningen, die tot dat
moment door de overheid werden geleverd, zoals de posterijen, het
openbaar vervoer, de zorg, de energievoorziening, steeds verder
geprivatiseerd. De voorstanders van dit nieuwe geloof in de vrije markt
beweerden dat dit allemaal in het belang van de burger was en dat al die
voorzieningen goedkoper zouden worden. Het is intussen wel gebleken dat
het omgekeerde het gevolg was.
Politici beweren nu dat er een kloof tussen burgerij en
politiek is ontstaan. Die kloof heeft de politiek zelf geschapen. Geen
wonder dat de burger zich door de overheid in de steek gelaten voelt nu
hij bij steeds meer loketten nul op het rekest krijgt en de
serviceverlening steeds meer vervangen is door onpersoonlijke
bureaucratie.
In de discussie over de privatisering van overheidstaken
wordt het ethisch principe meestal geheel buiten beschouwing gelaten.
Toch is dat voor mij belangrijker dan economische motieven. In een
beschaafd land hoort een aantal taken nu eenmaal tot de
verantwoordelijkheid van de overheid.
De enige partij die van meet af aan duidelijk afstand heeft
genomen van deze privatiseringsgolf was de SP. ... |
De reden voor dit verraad aan de gewone burgers is dat de politiek een
deel is van de middenklasse, die tezamen met de top, van dit beleid profiteert.
Die samensmelting qua belangen van top en middenklassen heeft plaatsgevonden op
bijna alle onderdelen van de maatschappij, tezamen een bijna onontkoombare
bestuurlijke laag vormend die zichzelf benoemt, en met recht een vorm van
oligarchie genoemd kan worden
.
De enige wat grotere partijen die daar dus niet aan meedoen,
en op verschillende punten de kant van de lagere en lage middenklasse kiezen,
zijn PVV en SP, en die worden dus door de "middenpartijen" weggezet als
"extreem" en/of "populistisch" - waarmee ze zichzelf dus impliciet het etiket
van grootburgerlijk-elitair opplakken.
Kortom: wilt u voorkomen dat Nederland nog meer op het voor de top
van de maatschappij zo "gezellige" Amerika gaat lijken, stemt dan niet op de
"middenpartijen" die het zo goed met elkaar kunnen vinden. Bedenk uzelf wat de
volgende briefschrijver ook heeft gedaan (uit de Volkskrant, 23-12-2009,
ingezonden brief van Pieter Fokkink):
| |
Ontevreden burgers
Een interessant initiatief om het eerste decennium van de 21ste eeuw thematisch
te belichten (Binnenland, 22 december). Zelf ben ik van voor de Tweede
Wereldoorlog en vanaf begin jaren vijftig actief in politieke en
maatschappelijke organisaties; zo heb ik achter de schermen kunnen kijken. De
ontevredenheid van de burger is van alle tijden: kijk naar de jaren zestig. Er
is alleen één groot verschil met nu. Wij waren vroeger niet geïnformeerd over
het reilen en zeilen van de maatschappelijke top. Tegenwoordig is dat door de
multimedia wel zo. Ook waren de media veel terughoudender met informatie, zoals
ik zelf heb ervaren toen ik in de jaren vijftig bij de Volkskrant werkte.
Er heeft zich een groot maatschappelijk demasqué voltrokken betreffende de
oprechtheid van diegenen die de beslissingen nemen. De façade is weg. Iedereen
kijkt achter de schermen en schrikt van de poverheid en het gebrek aan
integriteit. Dat maakt de burger boos. Niet de geïndividualiseerde burger, maar
de geïnformeerde burger heeft de omslag bewerkstelligd. |
En waar de geïnformeerde burger achter is gekomen, is het volgende (uit:
de Volkskrant, 12-01-2010, door Peter Kanne, onderzoeker TNS NIPO):
| |
Fusies geven kiezer meer houvast
... De sociaal-democratische en de sociaal-culturele as delen de
politieke werkelijkheid in vier blokken, die kiezers en gekozenen voor
twee hoofdvragen stellen. Vraag 1: kiezen we voor een internationale of
voor een nationale of regionale oriëntatie? En vraag 2: streven we naar
solidariteit of individuele verantwoordelijkheid?
De vier ideologische blokken die door die twee dimensies
ontstaan, komen overeen met vier langetermijnscenario’s. Indien men
kiest voor een kant van de sociaal-culturele dimensie: een nationale of
regionale oriëntatie, is er de keuze uit de scenario’s ‘zorgzame regio’
en ‘veilige regio’. Zorgzame regio gaat ervan uit dat de ‘menselijke
maat’ terug moet in ons leven. Landen behouden hun soevereiniteit, de EU
krijgt niet al te veel ruimte en slaagt er (dus) niet in internationaal
een vuist te maken op het gebied van handel of milieu. Dit is het meest
populaire scenario: 40 procent van de Nederlanders geeft hier nu de
voorkeur aan.
In de opvatting van de veilige regio moeten we ons vooral
zorgen maken om onze eigen veiligheid, welvaart en normen en waarden. De
overheid heeft vooral als taak ons te beschermen. De verzorgingsstaat is
in deze visie niet meer van deze tijd. Een kwart van de burgers verkiest
dit scenario.
Aan de andere kant van de sociaal-culturele dimensie vinden
we de internationaal georiënteerde wereldbeelden ‘mondiale solidariteit’
en ‘prestatiemaatschappij’. Mondiale solidariteit is gericht op welzijn
en welvaart voor allen, ook voor mensen in ontwikkelingslanden. De
overheid moet een nadrukkelijke rol spelen. Van alle kiezers kiest ruim
een kwart dit scenario.
Voorstanders van de ‘prestatiemaatschappij’ zien een grote
rol voor de vrije markt. Zolang het goed gaat met de economie, gaat het
goed met ons en andere delen van de wereld. Niet te veel bemoeienis van
de overheid en een kleine verzorgingstaat. Van de MKB-bedrijven koos in
2005 44 procent dit scenario. Van de Nederlandse burgers wil echter
slechts 7 procent een prestatiemaatschappij. Toch komt dit scenario het
best overeen met het sociaal-economische beleid van de kabinetten
Lubbers, Kok en Balkenende. ... |
Onderzoeker Kanne noemt als voorstanders van de prestatiemaatschappij de
MKB-bedrijven. Dat een zeer selectieve keuze. Waar het om gaat, is dat de keuze
voor de prestatiemaatschappij vrijwel unaniem de keuze is van de
maatschappelijke top
, en de hogere intellectuele en bestuurslagen. De kosmopolitische
elite
.
Het is de politiek die namens de elite het scenario uitvoert dat de
Nederlandse burgers met een meerderheid van 93 procent niet willen. Dat is
hetgeen waar de burgers langzaam achter aan het komen zijn.
Overigens pleit Kanne in zijn stuk als remedie voor de
ontevredenheid van de burger voor een beperkt districtenstelsel en fusies van
partijen. Oftewel: in de Angelsaksische richting. Het behoeft hier nauwelijks
betoog dat dat volstrekt de verkeerde richting is - voor het Rijnlandse
alternatief, zie hier
.
Oh, en laat u niet bedotten door zaken als Stemwijzer, want die
staan vol met de verkooppraatjes die de politieke partijen zelf verkondigen, en
reflecteren dus zeker niet het stemgedrag in de Tweede Kamer, de uiteindelijke
maat voor hun ware aard (uit de Volkskrant, 03-02-2010, door Daan Akse,
Zianab Akariou, Toon Geenen en 12 andere eerstejaarsstudenten politicologie aan
de UvA - onderzoek begeleid door Laurens Buijs):
| |
Invloed politiek op stemwijzers te groot
Een online kieshulp als StemWijzer, die een sterk effect heeft op
de kiezer, dreigt een spreekbuis voor politieke partijen te worden, betogen Daan
Akse e.a.
Online kieshulpen als StemWijzer en Kieskompas zijn niet meer weg te denken uit
het politieke landschap. Voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 lieten
miljoenen mensen zich adviseren door deze stemadviestesten op internet.
Dit nieuwe fenomeen is door politicologen echter nog weinig
bestudeerd. Daar wilden wij verandering in brengen. De hoofdvraag van ons
onderzoek luidt: wat is de macht van de online kieshulpen?
We plaatsen deze onderzoeksvraag tegen de achtergrond van een
sterk en snel veranderend politiek landschap in Nederland. We leven in tijden
van sterke ontzuiling en ineens is het mogelijk dat traditionele machtsblokken
als het CDA en de PvdA na één verkiezing meer dan de helft van hun zetels moeten
inleveren. ...
Partijen spelen steeds actiever in op deze ontwikkelingen.
Hun jacht op de losgeslagen kiezers lijkt van het politieke krachtenveld steeds
meer een commerciële markt te maken. In het licht van deze ontwikkelingen is het
dan ook niet verwonderlijk dat overheidsgerelateerde instanties als het
Instituut voor Publiek en Politiek met man en macht proberen de bevolking weer
bij het politieke proces te betrekken, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een
makkelijk toegankelijke, op internet in te vullen stemadviestest.
In ons onderzoek naar online kieshulpen hebben we gekeken
naar de relatie tussen de kiezers, de makers en de politieke partijen enerzijds
en de online kieshulpen anderzijds. Hoewel er eerder onderzoek is gedaan naar
online kieshulpen, is onze veelomvattende aanpak uniek. Eerder onderzoek
concentreert zich vooral op de vraag welke invloed de kieshulpen hebben op de
kiezers.
Onderzoek naar de rol van politieke partijen is zeldzaam, en
we hebben geen studies kunnen vinden die de makers en de totstandkoming van de
testen uitgebreid onderzochten.
De wijze waarop de makers de kieshulpen produceren, is voor
verbetering vatbaar. StemWijzer geeft de politieke partijen zelf veel ruimte in
de keuze en formulering van en houding tegenover de stellingen. Hierdoor dreigt
deze test op grote schaal gebruikt te worden als spreekbuis voor de politieke
partijen. StemWijzer gebruikt geen politicologisch raamwerk om de resultaten
meer diepgang en betrouwbaarheid te geven.
Kieskompas gebruikt een dergelijk raamwerk wel, maar dat past
in veel opzichten niet bij het moderne politieke landschap in Nederland.
Zorgwekkend genoeg laat de controle op de transparantie en objectiviteit van
beide kieshulpen te wensen over. Aan de hand van diepte-interviews met
sleutelactoren hebben wij een beeld geschetst van de machtsrelatie tussen de
kieshulpen en de politieke partijen.
Politieke partijen hebben bij StemWijzer invloed op hoe zij
uit de test naar voren komen. Doordat zij zelf veel invloed hebben op de wijze
waarop ze stellingen beantwoorden, hebben zij de mogelijkheid strategische
keuzes te maken. Via handig geformuleerde toelichtingen kunnen zij in de
StemWijzer een positie innemen die populair is, maar die haaks kan staan op het
ideologische en inhoudelijke programma van de partij. Het CDA heeft hier in het
verleden al handig gebruik van gemaakt en het ligt voor de hand dat andere
partijen dat ook zullen doen.
Doordat het Kieskompas zelf bepaalt hoe partijen op
stellingen antwoorden en partijen nadeliger uit de test komen naarmate zij vaker
geen antwoord hebben op een stelling, bestaat het gevaar dat partijen hun
verkiezingsprogramma in toenemende mate schrijven met de kieshulpen in hun
achterhoofd in plaats van de kiezer.
De online kieshulpen hebben een effect op het electoraat.
Alleen de StemWijzer al was in 2006 goed voor een verschuiving van circa vijf
zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen. De kiezers zien de kieshulpen als een
objectief advies, terwijl dit dus zeker in het geval van de StemWijzer maar in
beperkte mate waar is. ...
|
Het commentaar vanuit Kieskompas (uit De Volkskrant, 06-02-2010,
door André Krouwel). Auteur Krouwel is politicoloog verbonden aan de VU en
betrokken bij Kieskompas:
| |
Kieskompas laat zich wel degelijk controleren
...In tegenstelling tot wat de politicologiestudenten in het stuk
‘Invloed politiek op stemwijzers groot’ (Forum, 3 februari) beweren,
wordt er wel degelijk onderzoek gedaan naar stemhulpen. Jarenlang
bekritiseerden wetenschappers als Loek Groot de Stemwijzer-methode.
Vooral op de totstandkoming van de vragen was kritiek. Daarnaast dwong
Stemwijzer politieke partijen tot een zwart-witopstelling door slechts
twee antwoorden toe te laten: voor of tegen. Hierdoor gaan alle
belangrijke nuances in standpunten verloren en kan Stemwijzer geen
onderscheid maken tussen partijen die ideologisch dicht bij elkaar
liggen.
Ook was er kritiek op mogelijke manipulatie door partijen
vanwege de ongecontroleerde en onverantwoorde plaatsing aan de hand van
de stellingen. Uit die kritiek is Kieskompas geboren, als een meer
wetenschappelijk verantwoord alternatief.
Daan Akse en zijn collega-studenten hebben gelijk dat
politieke partijen te veel invloed hadden op de Stemwijzer. Partijen
mogen namelijk bij Stemwijzer hun eigen plaatsing aangeven. En omdat de
Stemwijzer geen methode heeft om de plaatsing te controleren of ongedaan
te maken, konden politieke partijen het systeem misbruiken.
Partijen zoals het CDA hadden namelijk in 2006 gelogen bij
hun positionering in Stemwijzer. Bij Kieskompas kan dat niet. Akse en
zijn collega’s hebben dus ongelijk als zij beweren dat ‘de controle op
de transparantie en objectiviteit van beide stemhulpen veel te wensen
overlaat’. Er is bij Kieskompas wel degelijk controle en volledige
transparantie.
Bij Kieskompas gebruiken we de partijprogramma’s om te zien
waar partijen voor staan en leggen dan de ‘zelfplaatsing’ van de
politieke partijen er naast. Verschillen in positionering melden we aan
de partijen. Wanneer partijen vinden dat een positionering onjuist is,
kunnen zij dit middels formele (of formeel geautoriseerde) teksten
beargumenteren. Hierdoor verhelderen wij regelmatig onduidelijke of
verwarrende stellingnames!
Kieskompas behoudt zich overigens het recht toe om de
uiteindelijke beslissing te nemen. Dat leidt soms tot conflicten met
partijen, maar het alternatief is manipulatie van het kiezerspubliek.
... |
Dit commentaar laat zien dat Kieskompas beter opereert dan Stemwijzer,
maar ook dat het uitgangspunt nog steeds hetzelfde is: de politiek programma's
van de partijen. En die programma's zijn, enigszins raillerend samengevat, één
grote leugen
.
Ook hier geldt dus de zegswijze uit Termen
:
| |
Politieke discussie: discussie met als doel uit te vinden wie het meest
effectief liegt dat hij geen belang heeft bij het gesprokene. |
Meer over de achtergronden van het politieke liegen hier
.
En nog een voorbeeld van hoe de politieke
partijen de wens van de meerderheid niet uitvoeren (uit de Volkskrant,
29-03-2010, van verslaggever Peter de Waard):
| |
63 procent voor aanpak hypotheekrenteaftrek
Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat aanpak van
renteaftrek voorkiezers geen taboe meer is
Nederlanders vinden in grote meerderheid een beperking van de
hypotheekrenteaftrek aanvaardbaar. Liefst 63 procent kan zich in een dergelijke
bezuiniging vinden. Zelfs onder VVD, CDA- en PVV-stemmers is een meerderheid
ervoor dat niet alle betaalde hypotheekrente op het eigen huis aftrekbaar blijft
van de inkomstenbelasting.
Dit blijkt uit een enquête die TNS Nipo heeft gehouden in
opdracht van de Volkskrant. Het resultaat is verrassend. Ruim tien jaar geleden
vond een meerderheid van de kiezers dat niet aan de onbeperkte
hypotheekrenteaftrek zou mogen worden gemorreld.
‘Het resultaat mag opzienbarend worden genoemd. Het besef
onder kiezers dat beperking van de hypotheekrenteaftrek deze bezuinigingsronde
geen taboe meer mag zijn, groeit snel. Dat is onder de aanhang van alle partijen
het geval’, zegt onderzoeker Tim de Beer van TNS Nipo.
Het maakt ook niet uit of kiezers al dan niet zelf een
hypotheek hebben. Mensen met een hypotheek vinden een beperking aanvaardbaar,
net als degenen die nog op de woningmarkt moeten komen. ‘En ook vinden de
kiezers dat de beperking zowel moet gelden voor nieuwe als voor bestaande
hypotheken. Gelijke monniken, gelijke kappen’, aldus De Beer.
|
Maar in de politieke partijen zitten vrijwel universeel huizenkopers die
in ruime meerderheid ook nog een verkeerde mentaliteit hebben. Types als:
| |
Voormalig PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend noemt het onmogelijk
om via een wijziging van de belastingwetgeving ook bestaande
hypotheekcontracten aan te pakken. |
Zodat dit er ook wel niet of in een sterk verwaterde vorm zal komen.
En wat de kiezers nog meer door hun
strot geduwd krijgen, blijkt in het kader van de bezuinigingen die naar
aanleiding van de economische crisis van 2008-2009 in 2010 als noodzakelijk
worden versleten. De Nederlander heeft een duidelijke visie op waar die
bezuinigingen als eerste zouden moeten vallen (uit de Volkskrant,
29-03-2010, van verslaggever Peter de Waard)
| |
Bezuinigen volgens Nederlandse stemgerechtigden
Populairste bezuinigingspost: de koningin
Over waarop kan worden bezuinigd, zijn de Nederlanders het niet
erg eens – wel over waarop per se niet: gezondheidszorg en onderwijs.
Internationale solidariteit is uit. ‘Nederlanders komen vooral voor
zichzelf op. Er mag wel worden bezuinigd, maar vooral op een ander. En het
liefst op de uitgaven aan mensen die ver weg wonen’, zegt Tim de Beer van TNS
NIPO die dit in samenwerking met de Volkskrant onderzocht. ...
|
Die post KH kan gevoeglijk als oplossing voor een tekort geschrapt worden,
want ze bedraagt maar 40 miljoen. Dan houd je dus bijna uitsluitend buitenlandse
uitgaven over. Volkomen eenduidig, en geen aarzeling over zoals de kop
suggereert. Hetgeen daar natuurlijk staat omdat de intellectuele en
maatschappelijke fine fleur juist tegen bezuinigingen op die posten zijn. Om aan
de ene, linkse, kant het zielige-negertjes-helpen ideaal, en aan de andere kant
het buitenlandse-invloed-waanidee.
Hier één van die buitenlandse uitgaven (uit de Volkskrant, 01-04-2010,
van verslaggever Theo Koelé):
| |
Aidsfonds verliest subsidie
Het is kaalslag in de wereld van ontwikkelingsorganisaties, nu
Buitenlandse Zaken slechts helft aanvragen honoreert.
... De hulporganisaties hebben voor een bedrag van
2,8 miljard euro aan subsidie aangevraagd, circa 700 miljoen meer dan
beschikbaar is. ...
|
Dat is dus 2 miljard weggebracht die we op dit moment heel goed zelf
kunnen gebruiken. Afschaffen dus. Ontwikkelingshulp bedraagt circa 5 miljard.
Dat is dus al 7 miljard van de noodzakelijke bezuinigingen.
De wens van de burgers is dus duidelijk: als er zwaar bezuinigd moet
worden, dan eerst op uitgaven aangaande zaken betreffende het buitenland. En dat
is ook logisch: dat is geld dat niet hier, maar elders besteed wordt, en dus het
meest effectief is qua bezuiniging. Geld dat je weggeeft als je zelf geen
problemen hebt. Maar nu hebben we die problemen wel,dus verminder of stop je het
weggeven.
Maar dat is niet wat voorgesteld wordt. Dat zijn bezuinigingen op
gezondheidszorg, onderwijs en sociale zekerheid, zie de verzameling hier
. De reden
daarvan is simpel: die voorstellen komen uit de bovenste derde van de
maatschappij: politici, economen en soortgelijke "deskundigen", de media,
enzovoort. Die bovenste derde van de maatschappij is sterk kosmopolitisch
. Die heeft, als het erop aankomt, veel meer met het kosmopolitische ideaal dan
met binnenlandse belangen. En dat is voor een groot deel weer niet echt
idealisme, maar als zodanig verhuld eigenbelang. Binnenlandse belangen zijn voor
een groot deel de belangen van de gewone burgers, en gewone burgers dat is
klootjesvolk
. En niet ons soort mensen van de bestuurlijke intellectuele en kunstzinnige
elite die de bovenste derde van de maatschappij bevolken
.
Hier twee van die bezuinigers, uit de Volkskrant,
27-03-2010, door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg, respectievelijk
oud-staatssecretaris van Financiën en oud-staatssecretaris van cultuur:
| |
Wees ook de baas van Nederland en bezuinig zelf
Op het door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg ontwikkelde
debaasvannederland.nl kan iedereen laten zien hoe je in acht jaar tijd
29 miljard bezuinigt.
Door de economische crisis en het geld dat nodig was om het financiële
stelsel overeind te houden, zien de overheidsfinanciën er bepaald niet
florissant uit. Sterker, het Centraal Planbureau (CPB) concludeert dat
‘bij ongewijzigd beleid het begrotingstekort de komende decennia sterk
zal oplopen en de staatsschuld zal exploderen’. Voor houdbare
overheidsfinanciën is het volgens het CPB nodig dat in de komende
kabinetsperioden het begrotingssaldo van de overheid met ten minste 29
miljard euro wordt verbeterd. ...
Het zou onverstandig zijn het noodzakelijke bedrag bij elkaar
te sprokkelen door de optelsom van allerlei kleinere maatregelen. De
beste aanpak bestaat uit grote stelselwijzigingen, niet alleen bij
openbaar bestuur, sociale zekerheid en zorg, maar ook op het terrein van
de woning- en huurmarkt, de arbeidsmarkt en de loon- en
inkomstenbelasting. ...
|
Sociale zekerheid en zorg, maar geen woord over ontwikkelingshulp
enzovoort - bijvoorbeeld de JSF. Elite-oligarchen
,
hier van de PvdA, die naar een revolutie hengelen.
Een eerdere kwestie waarin de politiek de meerderheid der burgers
bij het afval dumpte (uit de Volkskrant, 30-03-2010, door Peter de
Waard):
| |
Een serie gesprekken over de stand van zaken in ons land (deel 2)
'Geen volk is zo vrijgevig als de nood aan de man is'
Nederlandser dan Marco Borsato bestaat niet. ‘Wie in dit land een
bijzonder talent heeft, kan zich heel snel in de kijker spelen. Een
ideale voedingsbodem als je kan zingen, sporten of zakendoen. Ik ben het
bewijs dat je hier van een dubbeltje tot een kwartje kan uitgroeien.’
...
Nu lijkt het land compleet van slag. Een dreigende onbestuurbaarheid
door fragmentatie van de politieke partijen. ...
‘Ik maak mij daar niet zo ongerust over. Ik kijk er liever met een
positieve blik naar. Het heeft geen zin te gaan doemdenken. Nederland
zit in een overbruggingsperiode. Er zijn in de geschiedenis wel meer van
dergelijke oprispingen geweest. De leiders hebben dan enige tijd moeite
de onvrede te definiëren. De samenleving weet er geen antwoord op te
vinden.’
Dus de politiek kan zijn schouders ophalen?
‘Nee, de politiek zal ook weer moeten leren luisteren naar wat zich
onder het volk afspeelt. De elitaire klasse heeft te laat beseft wat de
andere mensen bijvoorbeeld dachten over Europa. En daardoor kregen
populistische stromingen de overhand. Die gingen allerlei nonsens
verkondigen, zoals dat Brussel zich met de kleur van de servetten in
Nederland zal gaan bemoeien. Hiermee speelden zij in op de onvrede.'
|
De kwestie Europa dus. 63 procent was tegen verdere eenwording, en men
heeft gewoon doorgezet. Met niet als gevolg dat er over de kleur van de
servetten wordt beslist, maar dat Nederland naast zijn reguliere bijdrage van
vele miljarden nog een miljard extra aan Griekenland moet gegeven wegens hun
potverteren, en dat we door Europa gedwongen worden meer asielzoekers en
immigranten toe te laten door het ondermijnen van beperkende maatregelen. Wat
per maatregel ook weer miljarden kost - op jaarbasis.
De logische conclusie zou zijn dat er iets moet gebeuren aan of de
mensen die de huidige politiek bemannen, of er andere mensen moeten komen, of
het hele stelsel verandert. Het eerste lijkt psychologisch onmogelijk, en kunnen
we schrappen. Dan wordt het dus óf heel andere mensen, praktisch gezien: heel
andere politieke partijen, of een ander stelsel. Dat eerste is deels aan de
gang, met de opkomst van SP en PVV. Het tweede is het middel wat de huidige
politici voorstellen, maar in dat geval om hun blijvende macht te verzekeren.
Dat zijn namelijk voorstellen richting kiesdrempels, twee-partijenstelsels,
enzovoort, zie
Oligarchie
.
Een stelselvernieuwng zou ook deel kunnen uitmaken van een
verbetering. Dit wordt besproken door Maurice de Hond, bekend opiniepeiler, die
na de Fortuyn-"revolutie" al eens gewaarschuwd heeft voor een echte revolutie
als er nu (is: in 2002) niet geluisterd zou worden naar het sterke onbehagen. Nu
waarschuwt hij opnieuw (uit: De Volkskrant, 14-10-2010, door Maurice de
Hond):
| |
Politiek stelsel sukkelt naar roemloos einde
Ook de nieuwe regering is niet van plan de steeds mondiger burgers de
politieke zeggenschap te geven die hun toekomt.
Maurice de Hond | Maurice de Hond is opiniepeiler (peil.nl). Hij betoogt
dat ingrijpende veranderingen in ons politiek stelsel nodig zijn om de
kiezer de zeggenschap te geven die een volwassen burger anno 2010 in
Nederland verdient. Als de politiek dat niet doet, zal de burger zelf in
actie komen.
Tussentitel: Burger zal zelf de weg naar de macht weten te vinden
Het nieuwe kabinet Rutte heeft als slogan ‘Vrijheid en
Verantwoordelijkheid’. Het is de opvolger van ‘Samen werken, samen
leven’ van het vorige kabinet. Beide slogans betroffen niet primair de
wijze waarop de leden van het kabinet onderling met elkaar zouden moeten
omgaan, maar waren gericht op de samenleving.
Wat men op en rond het Binnenhof blijkbaar niet onderkent, is
dat burgers anno 2010 pas bereid zijn samen te werken of te leven en hun
verantwoordelijkheid te nemen, als er ook sprake is van een duidelijke
vorm van zeggenschap. En ook dit kabinet is, als je het regeerakkoord
leest, niet bezig met een veranderingsproces om de kiezers echt
zeggenschap te geven.
Marcel van Dam vatte het bij Buitenhof onlangs goed
samen: ‘We hebben de afgelopen 50 jaar de burger wel hindermacht
gegeven, maar geen zeggenschap.’ En Uwe Arnhold, een in Nederland
wonende Duitse jurist, heeft op deze plek (11 oktober) uiteengezet dat
vanuit het buitenland gezien ons Nederlands staatsbestel weinig met
democratie te maken heeft.
Geen enkele politieke functie in Nederland wordt via een stemming
onder kiezers ingevuld. Referenda, raadgevend of correctief, kennen we
eigenlijk niet. Er is geen westerse democratie waar de kiezers zo op
afstand worden gehouden als in Nederland.
Misschien hebben de Nederlandse kiezers daarom de afgelopen
20 jaar wel verschuivingen bij verkiezingen teweeggebracht die ongekend
zijn in Europa. In 2002 verschoven er 92 van de 150 zetels. En in
hetzelfde jaar kreeg een partij die slechts drie maanden bestond in een
grote gemeente direct 34 procent van de kiezers (Leefbaar Rotterdam).
De drie grote partijen, die tot 1990 altijd meer dan 80
procent van de zetels in de Tweede Kamer hadden bezet, zijn inmiddels
gedaald tot zo’n 50 procent. Bij de 7 Tweede Kamerverkiezingen sinds
1990 is het 5 keer voorgekomen dat er ook getalsmatig geen regering te
vormen was met welke combinatie dan ook van 2 van deze 3 ooit grote
partijen.
Deze sterke schommelingen in de kiezersvoorkeur, die ook
voorkomen bij de verkiezingen voor gemeente en provincie en in mijn
wekelijkse peilingen, hebben ook duidelijke invloed op de stabiliteit en
slagvaardigheid van de overheid.
Hoewel politici hier met regelmaat hun zorg over uitspreken,
lijken ze de oorzaak ervan niet te beseffen, laat staan dat ze er echt
iets aan doen. Zoals een Belgische politicus (in België bestaat deze
problematiek ook) mij zei: ‘Het is de schuld van de kiezers, moeten ze
maar anders stemmen.’
Al in de jaren ’90 heb ik gewezen op de oorzaak van deze
grote schommelingen: de veenbrand die in Nederland woedt en die met
regelmaat leidt tot een bovengrondse brand, zoals in 2002. Ook heb ik
gezegd dat iedere volgende keer dat de veenbrand naar buiten zou slaan,
de heftigheid ervan groter zou zijn. De uitslag van 2010 is daar een
bewijs van. ... |
Dat wil zeggen: als het niet helpt om op Geert Wilders te stemmen, toch
niet het toonbeeld van de stem der gematigdheid, zal er de volgende keer op zijn
minst nog radicaler gestemd worden. Of andere dingen gebeuren ...
De Hond noemt twee sterk onderschatte factoren:
| |
Aan de basis van die schommelingen ligt een combinatie van twee
factoren. De ene factor betreft de ingrijpende veranderingen in de
laatste 50 jaar van de bevolking, haar informatiebronnen en
communicatiemogelijkheden. Het opleidingsniveau is sterk gestegen. Het
medialandschap is zeer sterk uitgebreid, denk aan internet en de
uitbreiding van het aantal Nederlandse televisiekanalen. Men is mondiger
en assertiever geworden en heeft veel meer mogelijkheden dan vroeger om
meningen kenbaar te maken in de richting van gelijkgezinden of
tegenstanders. |
En die laatste is misschien nog wel belangrijker dan de eerste. waar de
dissidente mening, nu over de islam of de immigrant, vroeger allen in kleine
kring geuit kon worden en dus weinig steun, spiegeling en versterking kreeg,
kunnen die stemmen elkaar nu vinden op het internet, en elkaar corrigeren en
versterken. Je hoeft niet meer te te twijfelen of de islam al dan niet deugt -
er zijn genoeg anderen die informatie en visies kunnen aandragen. "De bijbel is
net zo slecht als de koran" is een van de verdedigingstrucs vanuit de
oligarchie. Het is inmiddels volledig afgeschoten op het internet.
De oligarchie probeert ook dit te negeren:
| |
Politici en parlementaire pers leven in Den Haag in een gelukzalige
symbiose. De dag na de verkiezingen zijn ze de kiezers al vergeten, tot
kort voor de volgende verkiezingen. En zij beseffen niet dat dit gebrek
aan zeggenschap van de kiezers een desastreus gevolg heeft: wij burgers
voelen ons op geen enkele manier verantwoordelijk voor het bestuur dat
gevormd wordt op basis van verkiezingsuitslagen. ... Dat wordt nog erger
doordat de meerderheid van de Kamer regelmatig anders stemt dan de
meerderheid van de bevolking zou willen. Het is leerzaam om op
www.schaduwkamer.nl de verschillen te bekijken tussen het stemgedrag in
de Tweede Kamer van de volksvertegenwoordigers en van de kiezers van de
betreffende partijen. ...
Rapporten over bestuurlijke vernieuwing, ook die gemaakt zijn
in opdracht van de politiek zelf, verdwijnen snel in de diepste la.
Voorstellen voor politieke vernieuwing sneuvelen vaak voordat ze in de
Kamer komen en als ze wel in de Kamer komen, worden ze uiteindelijk
weggestemd. |
Of erger:
| |
Het gaat er niet om dat de kiezer geen vertrouwen heeft in de
politiek, maar dat de politiek geen vertrouwen heeft in de kiezer en dat
wordt schaamteloos getoond. |
Het is ook duidelijk in welke richting het wel moet:
| |
Een samenleving die altijd sterk topdown was georganiseerd, is zich
nu in een snel tempo aan het omdraaien. Als je tegenwoordig iets wilt
bereiken, moet je van onderaf beginnen en niet meer van boven. |
Een voorbeeld vanuit het tegendeel zijn de ontwikkelingen in het
onderwijs: vanuit de bestuurlijke top werden hervormingen opgedrongen sterk
tegen de zin van het veld van professionals, die uiteindelijk sterk negatief
hebben uitgepakt
. Waarna de laatste jaren de verantwoordelijkheid overgedragen is aan
beroepsbestuurders, wat al bijna even grote problemen geeft
.
De oplossing is topdown op zijn minst deels te vervangen door
of aan te vullen met down-top - in algemeen termen: door het voorzien in
terugkoppeling
. Hetgeen voor het politieke stelsel als geheel lastig te organiseren valt. En
daarvoor is de Rijnlandse oplossing: het algemene beleidsterrein op te splitsen
in professionele deelterreinen
, en daarbinnen een down-top (deel)benadering te in te voeren.
De kans is veel groter dat dit soort dingen niet gebeurt. Dan
is de meest waarschijnlijke richting van de oplossing ook bekend:
| |
Daarom acht ik de kans groot dat ons politieke stelsel (en dat in
andere Europese landen, denk bij voorbeeld nu al aan België) ten onder
gaat. De veranderingen die komen, zullen van buitenom komen. Door
burgers die wel hun verantwoordelijkheid nemen en hun zeggenschap op een
andere manier afdwingen dan door te stemmen op de oude politieke
partijen.
Onze politieke structuur, en die in menig ander Europees
land, zal in 2020 niet meer bestaan. Ook in 1848 is de grote
verandering, de invoering van de parlementaire democratie, niet gekomen,
omdat de machthebbers het gevoel hadden dat dit beter zou zijn voor de
samenleving, maar omdat ze bang waren dat ze anders plotseling alle
macht zouden verliezen. |
Meer over die oplossing van 1848, een vorm van revolutie, hier
.
Een nakomertje: inmiddels (schrijvende 2011) is er een grote
crisis binnen een van de organen van de oligarchie, de Europese Unie, in de vorm
van de Griekse crisis. Ze weerspiegelt op een wat kleinere theatervloer
hetzelfde drama als boven geschetst, zie hier
.
Naar Politiek lijst
,
Politiek & Media overzicht
, of site home
.
|