MENU's
RIJNLANDMODEL
 
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Bronnen bij Menswetenschappen, sociologie ondermaats: allochtonen

3 jun.2007
 

Eén van de terreinen waarop de sociologie het meest opzichtig gefaald heeft, is dat dat de immigratie- en allochtonenproblematiek. Als eerste natuurlijk door niet te waarschuwen tegen de bekende gevaren van de instroom van een grote groep sociaal achtergebleven immigranten. Vervolgens in diverse stadia wat er met het daardoor ontstane probleem gedaan zou kunnen worden. En tenslotte door de voorstellen die wel gedaan werden, die voor een groot deel puur ingegeven waren door politieke correctheid.
    Onderstaand een voorbeeld waarin een aantal van die onderzoeken zijn samengevat, gevolgd door een analyse:

Uit: De Volkskrant, 31-05-2007, door Maarten Evenblij, freelancewetenschapsjournalist

Overheid schoof kennis over sociale cohesie bewust opzij

Integratie van minderheden begint bij erkenning van hun identiteit, zo leert onderzoek keer op keer. Maar omdat deze boodschap niet populair was, is met deze kostbare kennis niets gedaan. Verbijsterd, was Maarten Evenblij, toen hij dit ontdekte in Kennisland.


Het komt niet vaak voor dat je echt verbijsterd bent. Het overkwam mij begin dit jaar toen ik als wetenschapsjournalist een boekje maakte over sociale cohesie in opdracht van de subsidiegever NWO. Op mijn speurtocht naar de resultaten van dit onderzoeksprogramma stuitte ik diverse keren op vrij cynische, onverschillige onderzoekers. Ze waren blij met de hun verleende subsidie, enthousiast over hun eigen studies, maar negatief over wat met de resultaten ervan was gebeurd: niets! En dat terwijl diverse ministeries er 15 miljoen euro in hadden gestoken.   ...
    Ruim vijftig projecten met een veelvoud aan studies werden tot dit jaar uitgevoerd in het programma. Studies van de positie van vrouwen en allochtonen op de arbeidsmarkt, solidariteit op het werk en saamhorigheidsgevoel in vinexwijken, migrantenparticipatie in sportclubs en het belang van de eigen taal, cultuur en opleiding. Hoe divers het onderzoek ook was, steeds klonk dezelfde conclusie: Binding aan de samenleving is alleen succesvol als mensen zich ook door die samenleving gewaardeerd voelen.   ...
    In bijna alle sectoren die in het onderzoeksprogramma zijn onderzocht, blijkt diversiteit en het erkennen van diversiteit bij anderen als noodzakelijk te gelden om duurzaam met elkaar op te trekken. Mensen willen zichzelf zijn en erkend worden en niet opgaan in een groter geheel. Ze willen zich aanpassen, maar ook zichtbaar zijn en niet uitgesloten worden.
    De sportonderzoeker constateert dat louter etnische sportclubs meer bijdragen aan integratie dan gemengde sportverenigingen. De sociaal-psychologe stelt dat mensen met een lage sociale status zich snel bedreigd voelen en daardoor geremd zijn in hun motivatie en prestatie. Waardering uitspreken voor hun identiteit of die van hun groep, kan dat gevoel van bedreiging doen afnemen.
    Taalkundigen zien dat een goede beheersing van de eigen taal het leren van een tweede taal vergemakkelijkt en dat zelfs stimuleren van de eigen taal door migranten wordt gevoeld als een teken van ‘insluiting’: erbij horen. De onderzoekers stellen vast dat mensen altijd een meervoudige identiteit hebben. Ze zijn bijvoorbeeld Turk, maar ook vrouw, partner, ondernemer en onderdeel van de Nederlandse samenleving.
    Wat zijn de voorwaarden voor binding aan die identiteiten en hoe vindt deze plaats? De verzuiling in Nederland had positieve aspecten omdat men zich daardoor bezighield met identiteitsvragen. Nu ligt een eenzijdige nadruk op de identificatie met het individu in plaats van de differentiatie van het individu binnen het collectief. De resultaten van het onderzoeksprogramma laten zien dat ruimte in verscheidenheid nodig is.
    De belangrijkste conclusie is dat het idee van integratie, van verplicht een andere identiteit aannemen en je afkomst verloochenen, nergens op slaat. Dan ontstaat orthodoxie, waardoor mensen zich gaan onttrekken of individualistischer worden. Al mag je mensen best stimuleren Nederlands te spreken of meer over de cultuur te leren, want kansen worden ook beïnvloed door iemands etniciteit en sociaal-economische status.
    Geen van de onderzoeksresultaten drong door tot beleid. Dat stond er haaks op. Erkenning van de identiteit van migranten is immers geen populaire boodschap. Liever verplichte inburgering, Nederlands praten op straat, het belemmeren van moskee-bouw, verbod van de nikaab of afschaffing van de dubbele nationaliteit. Het kabinet-Balkenende IV biedt mogelijk een nieuwe kans. Dan is die 15 miljoen euro niet over de balk gegooid en maakt het ernst met de slogan ‘Nederland Kennisland’.


Red.:   Eerst even een analyse van het inhoudelijke deel, met name de volgende stukken:
 
  …‘De belangrijkste conclusie is dat het idee van integratie, van verplicht een ander identiteit aannemen en je afkomst verloochenen, nergens op slaat. Dan ontstaat orthodoxie, waardoor mensen zich gaan onttrekken of individualistische worden. Al mag je mensen best stimuleren Nederlands te spreken of meer over cultuur te leren, want kansen worden ook beïnvloed door iemands etniciteit en sociaal-economische status.
    Geen van de onderzoeksresultaten drong door tot beleid. Dat stond er haaks op. Erkenning van de identiteit van migranten is immers geen populaire boodschap. Liever verplichte inburgering, Nederlands spreken op straat, het belemmeren van moskee-bouw, verbod van de nikaab of afschaffing van de dubbele nationaliteit.’ …

Dit zijn leugens. De identiteit van migranten wordt zodanig sterk erkend dat overheidsinstanties officiële papieren in drie talen sturen, dat islamitische scholen overheidsgeld krijgen, enzovoort. Verplichte inburgering bestaat alleen uit een basiskennis van de Nederlandse taal, en een paar sociale basisregels – in het artikel zelf genoemd als iets dat wel mag. Nederlands spreken op straat is geen beleid. Overal in het land staan protserige, wanstaltige, moskeeën. Er is geen nikaab-verbod. De dubbele nationaliteit is niet afgeschaft.
    Waar Evenblij op doelt is dat er individuen zijn die dit soort dingen voorgesteld hebben – maar dat maakt het niet tot beleid Als er iets mis met het uiten van dit soort opvattingen kan je meteen de moskee sluiten, want daar worden voortdurend dingen gezegd die veel minder deugen, zoals het doodwensen van ongelovigen, joden, en homos’.
    Terug naar de conclusies van de onderzoeken: erkenning en versterking van identiteit bevordert de integratie. Nu de realiteit:


Uit: de Volkskrant, 31-05-2007.

Migrantenkind worstelt met Nederlands

Bijna één op de vijf leerlingen in groep 1 en 2 heeft grote problemen met de Nederlandse taal. Ze zijn niet of nauwelijks aanspreekbaar in het Nederlands en spreken zinnen van maximaal twee woorden. De betrokken kinderen hebben meestal geen voorschoolse opleiding gevolgd, en zijn meestal van Turkse of Marokkaanse afkomst. …


Red.:   Eén op de vijf van de totale populatie. En daar het aandeel migranten ook in die buurt ligt, betekent dat dat een overgroot van de migrantenkinderen daar onder valt. Die niet of nauwelijks aanspreekbaar zijn in het Nederlands. En dat komt dan in één klas met autochtone kinderen. Natuurlijk duurt het dan langer voor de autochtone kinderen daar iets gaan leren, want eerst moeten al die achterstanden bijgespijkerd worden. Dus kiest de grote meerderheid van de autochtone ouders toch maar liever voor de witte school.
    Dus eigen identiteit is zeker niet de sleutel tot integratie.

De onderzoekers komen dus tot praktijkvijandige conclusie. De reden daarvan is dat die onderzoekers uit de hoek van de sociale wetenschappen komen, de gamma-wetenschappen, in IRP-termen: alfa’s met een hulpverlenerscomplex. Die weten van tevoren al dat alles van buiten en alles met een kleurtje en per definitie zwak en onderdrukt is, en geholpen moet worden. Daarop gaan ze af gewapend met vragenlijsten die die mensen moeten invullen. En u weet wat mensen met vragenlijsten doen: daarin komen niet de waarheid, maar de wensen terecht. Geef ons maar een moskee, onze klederdracht, onze gewoontes, zeg maar: ons dorp, en ook nog jullie geld, dan komt het allemaal automatisch goed. Waarop ze hun kinderen opvoeden in eigen taal en cultuur, zeg maar: eigen dorp, en kansloos maken voor groei in de Nederlandse maatschappij.


Uit: De Volkskrant, 21-01-2006, column door Frank Kalshoven

SCP zaait paniek met losjes geformuleerd broddelwerk

NRC Handelsblad opende er dinsdag over zeven kolommen de krant mee: 'Werkloosheid onder allochtone jongeren verdubbeld'. De Volkskrant bracht het de volgende dag als belangrijkste economische nieuws: 'Veel meer allochtonen zonder baan'. Bron: het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het nieuws bracht de bekende carrousel op gang: Kamer vindt zus, kabinet vindt zo, et cetera.
...    Het derde bezwaar tegen de publicatie geldt de gebruikte modellen. Die moeten antwoord geven op de vraag: waarom is de werkloosheid onder allochtonen hoger dan onder autochtonen? Het is gebruikelijk de gevonden verschillen toe te rekenen aan persoonskenmerken en toestandsverschillen. Het SCP doet dat, maar zeer beperkt en ondoorzichtig. Dagevos corrigeert alleen voor opleidingsniveau en leeftijd. Daarmee wordt de kans op werkloosheid voor de eerste generatie Surinamers en tweede generatie Antillianen gelijk aan de werkloosheidskans van autochtonen. Voor alle andere groepen wordt de kans op werkloosheid maar ten dele verklaard door opleiding en leeftijd.
    Maar waarom is het rekenwerk tot deze sommen beperkt gebleven? Vorm laatste arbeidscontract (vast/flexibel)? Werkzame sector laatste arbeidscontract? Ik durf er wel een goede fles op te zetten dat dit significante variabelen zijn. Het SCP zwijgt erover.
    Kortom: Hoge (jeugd)werkloosheid onder allochtonen is broddelwerk.


Uit: Dagblad De Pers, 06-09-2007, door Dirk Jacob Nieuwboer (volledig artikel hier  )

Rapport | Tweede Kamer praat over omstreden WWR-publicatie

'Islam bashen' is over zijn top heen


Tussentitel: 'Juist omdat het zo slecht gaat, moeten we zoeken naar het positieve'

Nee, Jan Schoonenboom heeft zeker geen spijt. Vorig jaar beschuldigde hij Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali en Maxime Verhagen van 'islambashing'. 'Ik sta nog steeds voluit achter die woorden van toen.'
    Vandaag bespreekt de Tweede Kamer het omstreden rapport dat mede door Schoonenboom - gepensioneerd onderzoeker - werd geschreven. Met Dynamiek in islamitisch activisme, gepubliceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wilde hij laten zien dat de politieke islam niet alleen geweld voortbrengt, maar ook zeer divers is.
    Dat geluid was nodig, vond Schoonenboom want moslims werden volgens hem vaak onterecht tot zondebok gemaakt. Daardoor zouden ze zich hier veel minder thuis voelen. ...
    'Natuurlijk wisten we dat de islamitische wereld ook negatieve kanten heeft', reageert Schoonenboom op de kritiek. 'Daar maken we ons juist grote zorgen over. Dat hebben we niet duidelijk genoeg gemaakt.'
  En dat betreurt hij, want met die negatieve uitingen van de islam was het allemaal begonnen. De terreur en de reacties daarop baren hem nog steeds zorgen. 'Juist omdat het zo slecht gaat, moeten we zoeken naar het positieve, naar een uitweg.'...


Red.:   Nou, dat is tenminste duidelijk: dit heeft niets met wetenschap te maken, maar alles met een pogingen tot maatschappelijke manipulatie. Het doel: moslims zich in Nederland beter laten voelen. Het middel: moslimcritici zwart maken, door middel van de terminologie 'bashen'.


Uit: verslag debat De Thermometer 19, Rotterdam, Zaal de Unie, 20 januari 2006

Zijn de problemen van allochtone jeugd een gevolg van ontoereikende opvoeding?

Debat over zin en onzin van opvoedkundige en culturele verklaringen van jeugdproblematiek.


Met: Trees Pels, onderzoeker Opvoeding en Ontwikkeling allochtone kinderen Verwey-Jonker Instituut; Marcia Luyten, econoom en cultuur-wetenschapper; Piet Boekhoud, bestuursvoorzitter Albeda College en Leon Hoek, Raad van de Kinderbescherming.
Gesprekleider: Jeroen Visser

Feit: allochtone jongeren plegen vaker overtredingen en misdrijven dan autochtone leeftijdgenoten. Ander feit: het percentage vroegtijdig schoolverlaters is onder allochtone jongeren hoger dan onder autochtonen. De oorzaak voor deze allochtone oververtegenwoordiging werd vaak verklaard door de sociaal-economische positie. Sinds enige tijd is het taboe doorbroken en wordt er ook gewezen op de rol van opvoeding en de culture achtergrond.
    Lange tijd was het een taboe. Het gevaar om een cultuur als achterlijk weg te zetten was immers groot, maar volgens Marcia Luyten moeten we er toch aan geloven: de opvoeding en cultuur van allochtonen moet nader bekeken worden om de huidige problemen met jongeren te verklaren. Marcia Luyten kwam in haar onderzoek op de volgende verklaringen die de relatie tussen gedrag en herkomst bewijzen. Luyten: "Bij Marokkanen speelt de macho-factor een grote rol. De Marokkaanse cultuur is een masculiene cultuur. Vergelijk je die met de Nederlandse, dan is die cultuur hier erg feminien, zacht. Dat betekent dat die jongeren opgroeien in een sfeer waarin competitie, geldingsdrang en gezichtsverlies erg belangrijk zijn."
Ze vervolgt: "Een andere factor die een rol speelt is collectiviteit. De Nederlandse samenleving is erg individueel, de machtsverhoudingen zijn daardoor ook minder hiërarchisch als in een groep. Ook speelt respect en eer een grote rol binnen de Marokkaanse cultuur."
    Maar dit zijn kenmerken van (in dit geval de Marokkaanse) cultuur. Waarom zouden die bijdragen aan deelname aan criminaliteit? Luyten: "Ik schets het nu zwart-wit. En ik weet ook dat dit met de generaties minder wordt, maar als een groep in een hoek gedrukt wordt, gaan deze factoren een rol spelen. Een - voor de samenleving - negatieve rol." Het groepsbelang wordt dan ingezet om zich samen tegen de Nederlandse samenleving af te zetten. Je positie binnen de eigen kring wordt door een gewelddadige geldingsdrang erkend.
    Dit beeld is onderzoeker Trees Pels te ongenuanceerd. Pels heeft altijd oog gehad voor de culturele achtergrond, maar dan zowel bij geslaagde als mislukte pogingen van nieuwkomers in Nederland. Pels: "Er werd bij problemen met allochtonen altijd gewezen op sociaal-economische factoren, maar dat is sinds Pim Fortuyn volledig omgeslagen. Nu wordt er alleen nog maar naar culturele oorzaken gezocht. Er is daardoor angst voor de ander ontstaan. Mijn bezwaar is dat die culturele factor uitgaat van een wij-zij houding. Goed, de eerste generatie bracht sterk de eigen cultuur mee, maar de latere generaties zijn hier opgegroeid. Die jongeren zijn Rotterdams, Nederlands, moslim. Het directe negatieve verband leggen met de cultuur uit het land van herkomst, vind ik te simpel en bovendien stigmatiserend." ...


Red.:   Een socioloog die de invloed van cultuur ontkent, omdat het uitgaat van "een wij-zij houding". Dit is een socioloog die maatschappelijke vooroordelen in een analyse stopt.


Uit: De Volkskrant, 15-11-2007, van verslaggevers Gijs Herderscheê en Sara De Sloover

Discriminatie vaak oorzaak werkloosheid allochtonen

Werkloosheid onder allochtonen veelvoud van die onder autochtonen | Vaker een tijdelijke baan


Discriminatie is de verklaring voor hoge werkloosheid onder allochtonen. Dit geldt zowel nieuwkomers als tweede-generatie-allochtonen. Door discriminatie hebben ze ook vaker een tijdelijke baan dan een vast contract. ...
    Dit blijkt uit de eerste Discriminatiemonitor die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft opgesteld. Het rapport wordt vandaag gepresenteerd op een congres rond discriminatie op de arbeidsmarkt, dat georganiseerd wordt door het ministerie van Sociale Zaken. Het onderwerp is zo gevoelig dat een gedeelte van het congres, waar werkgevers met andere bedrijven praten over hun ervaringen met discriminatie, gesloten is voor de pers. ...
    Het SCP heeft de statistische gegevens geanalyseerd en komt tot de conclusie dat de hoge werkloosheid voor bijna de helft ‘onverklaarbaar’ is, en daarmee gedeeltelijk aan discriminatie toe te schrijven. Ook onder de tweede-generatie-allochtonen, die hier zijn opgegroeid en opgeleid, blijft een groot deel van het verschil in arbeidsmarktpositie ‘onverklaarbaar’, zo blijkt uit het onderzoek.
    De constatering staat in contrast met de beleving van allochtone werkzoekenden. Vier op de vijf voelen zich niet gediscrimineerd.


Red.:   Dit is een van de schrijnendste wetenschappelijke fouten die men kan begaan. Wat het SCP heeft gevonden is dat allochtonen minder werken dan autochtonen. Als ruw gegeven. Daarna hebben ze een paar bekende factoren verwerkt, waardoor het verschil kleiner werd.
Maar er bleef nog een verschil over, waarvoor ze geen verklaring hadden.
    Tot zover de wetenschap.
    En toen hebben ze geconcludeerd dat dat verschil dus aan (deels) discriminatie moest liggen. En dat is een wetenschappelijke leugen. Want dat zou betekenen dat ze volledig zicht hadden op alle factoren die de arbeidsparticipatie bepalen, en in sociologisch en psychologisch onderzoek zo'n volledig inzicht in factoren nooit het geval (zelfs in de natuurwetenschappen wordt dit met omzichtigheid en zorgvuldigheid gehanteerd).
    Ter illustratie: een factor die even goed een rol kan spelen, en hoogstwaarschijnlijk niet meegenomen is in het rijtje van het SCP is lagere arbeidsbereidheid van allochtonen (er zijn groepen die te beroerd zijn om te werken - zeg: Somalische qatkauwers, of Antilliaanse tiener(moeder)s, of iets dergelijks). Of nog simpeler: aan onbekwaamheid  of sociale zelfuitsluiting  .   Met zo vele factoren die het SCP niet meegenomen heeft, is haar conclusie bijzonder onwetenschappelijk. En omdat deze onbekendheid met alle factoren een overbekende zaak is in de sociologie, is het zelfs bijzonder dom. Of bijzonder doortrapt.
    Tussengevoegd: onafhankelijk onderzoek heeft de methodiek van het SCP definitief onderuitgehaald  .
    Nog een bijzonder onnozel voorbeeld:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 15-11-2007, door Arjen van Veelen

Invloed imam wordt overschat

In het integratiedebat is de imam zowel boosdoener als wonderdokter. Beide etiketten overschatten zijn invloed, vindt islamoloog Welmoet Boender. ‘Mohammed B. heeft veel meer plekken bezocht dan alleen de moskee.’


Tussentitel: Een laag betaalde, zware baan

‘Vanochtend ben ik met mijn vrouw naar de Ikea in Haarlem geweest’, vertelt importimam Osman Paköz terwijl hij Turkse thee serveert. Hij en zijn vrouw verwachten over een paar weken een baby; ze hebben spullen gekocht voor de kinderkamer.
    Paköz (1973) is de hoofdimam van de Ayasofya moskee, in de Amsterdamse wijk De Baarsjes. Hij is een van de imams die Leids islamoloog en antropoloog Welmoet Boender onderzocht in haar proefschrift Imam in Nederland. ...
    Boender wilde de imam ‘demythologiseren’. Hoe? Door de imams en de gelovigen zelf te vragen hoe ze over de imam dachten. ...


Red.:   Daar zakt de broek van deze wetenschapper van af: je gaat de imam onderzoeken door wat zijn aanhangers, gebonden door religie, te vragen wat ze van hem vinden. Het is een bijna klassieke variant van het bekende Amerikaanse onderzoek naar wat de kalkoenen van kerstmis vinden. En dat dan nog even los van het zo langzamerhand overbekende wetenschappelijke feit dat vragen aan mensen een volkomen onbetrouwbaar beeld van hun werkelijke visies geeft, althans: de visies waarnaar ze handelen  .
    Grappig genoeg biedt dit artikel ook enig inzicht naar de reden van deze blinde vlekken, citerend: 'Boender (zelf belijdend christen) ...'
    Nog eentje die de daders ondervraagd over hun goede bedoelingen:


Volkskrant website, 14-11-2008, ANP

'Cultuur niet de oorzaak van criminaliteit'

Verschillende opvattingen over misdaad zijn niet de oorzaak van de oververtegenwoordiging van allochtone jongeren in de criminaliteitscijfers. Dat blijkt uit onderzoek van Madeleine de Boer. Zij promoveerde vrijdag op dit onderwerp aan de Universiteit Utrecht.
    Steeds vaker wordt jeugdcriminaliteit in verband gebracht met de etnische afkomst van de dader. De Boer deed onderzoek naar de opvattingen die jongeren over misdaad hebben. Zij betrok daarbij ruim duizend vmbo-leerlingen in de Randstad, van allochtone en autochtone afkomst. Daaruit blijkt nu dat Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse, Surinaamse en Nederlandse jongeren dezelfde ideeën hebben over diefstal, geweld en straf.
    De Boer vroeg de jongeren onder meer of het verkeerd is een keertje iets te stelen, of geweld soms moet kunnen en hoe zwaar de straf moet zijn voor bepaalde geweldsdelicten. Op de uitkomst van het onderzoek is één uitzondering te noemen. De Boer: ‘Turkse jongeren hebben duidelijk andere opvattingen over eer-gerelateerd geweld en de bestraffing daarvan. Deze kunnen mede de oververtegenwoordiging verklaren van Turken in Nederland die een straf uitzitten wegens geweldsdelicten binnen de eigen gemeenschap.’


Red.:   Dat is geweldig: men ontkent niet dat eerwraak gerelateerd is aan cultuur ... En ook ontdekt de onderzoeker dat iedereen wel weet wat misdaad is - gunst.
    En verder is de sterke oververtegenwoordiging van allochtonen culturen in de misdaad, en daarbinnen weer bepaalde culturen als Marokkanen en Antillianen, natuurlijk gewoon toeval.
    Je blijft je verbazen over het niveau van de sociologie.
    En ondanks de nieuwe openheid in het integratiedebat, gaat de multiculti-sociologie gewoon door:


Uit: De Volkskrant, 07-03-2009, door Peter Giesen

Psychologie | Groningse promovendus onderzoekt de manier waarop mensen zich conformeren in bedreigende situaties

Samen bang is fijner dan alleen bang

Wat doet angst voor terrorisme met de opvattingen van burgers? Een Gronings lab doet experimenten om het uit te vinden.

Tussentitel: Angst maakt van mensen conformisten maar ze blijven nadrukkelijk wel in
                  hun eigen groep


Fotobijschrift: Trein stilgezet bij Amsterdam CS, omdat reizigers twee Arabische
                       passagiers niet vertrouwen


De mens is het enige dier dat weet dat hij dood zal gaan. .... De bange mens is een conformist, met een stereotiep beeld van buitenstaanders.
    Dat concludeert de psycholoog dr. Lennart Renkema, die deze week aan de Rijksuniversiteit Groningen is gepromoveerd op het proefschrift Facing death together:
understanding the consequences of mortality threats
.
    Renkema bouwt voort op de terror management-theorie, die in 1991 werd geformuleerd door de Amerikaanse psychologen Solomon, Greenberg en Pyszczynski. Volgens deze theorie hebben mensen twee manieren om hun doodsangst te onderdrukken.
    Ten eerste fungeert hun culturele wereldbeeld als een buffer tegen die angst. Zij creëren een symbolische vorm van onsterfelijkheid als zij het gevoel hebben deel uit te maken van een stabiele cultuur die generaties na hun dood zal voortleven. Belangrijk hierbij is het voortbestaan van symbolen, zoals politieke partijen, grote bedrijven, culturele gebruiken of voetbalclubs. Een zeer dynamische samenleving waarin zulke symbolen geregeld ten onder gaan, stemt dus angstig.
    Ten tweede onderdrukken mensen hun angst voor de dood door hun gevoel van eigenwaarde op te vijzelen. Wie gelooft dat hij goede prestaties levert, verzekert zich van onsterfelijkheid - de hemel, reïncarnatie - of een figuurlijk voortbestaan - 'ik lever een bijdrage aan een cultuur die blijft'.
    In een reeks experimenten onderzocht Renkema het verband tussen doodsangst en groepsgedrag. Zo liet hij twee groepen naar een schilderij kijken, waarbij verteld werd dat 80 procent van de Nederlanders het mooi vond. Een groep werd voor het experiment aan de dood herinnerd, met de opdracht een kort stukje over hun eigen dood te schrijven. De controlegroep schreef een stukje over hun televisiekijkgedrag.
    De mensen die aan de dood waren herinnerd, sloten zich in meerderheid aan bij de grote groep. Ook zij vonden het schilderij mooi. De controlegroep liet een veel grotere spreiding van opinies zien.
    'We hebben het experiment nog een keer herhaald, met de mededeling dat 80 procent van de Japanners het schilderij mooi vond. Toen was er geen verschil tussen de twee groepen. Bij een derde experiment vertelden we dat 80 procent van de Duitsers het mooi vond. Toen vonden de mensen die aan de dood waren herinnerd, het in meerderheid lelijk. Mensen sluiten zich dus alleen bij hun eigen groep aan', zegt Renkema.
    Uit een ander experiment bleek dat doodsangst de voorkeur voor grote politieke partijen bevordert. Renkema liet zijn proefpersonen een fictief krantenbericht lezen waarin beweerd werd dat bij parkeermeters niet meer met klein geld betaald kon worden, maar alleen met een parkeerkaart.
    'Als in het bericht stond dat het voorstel afkomstig was van een grote partij, zoals de VVD of de PvdA, was de steun groot. Als er stond dat het plan door een kleine partij was gelanceerd, was ook de steun veel kleiner. Tenminste, bij de proefpersonen die tevoren aan hun sterfelijkheid waren herinnerd. Bij de controlegroep maakte het niet uit', aldus Renkema.
    Maar hoe verklaart hij de huidige situatie in Nederland? In een angstig maatschappelijk klimaat lopen de traditionele grote middenpartijen leeg, terwijl de steun voor kleine partijen als de PVV toeneemt. Renkema: 'Dit experiment is in 2004 gedaan, toen de PVV nog niet bestond. Maar in het algemeen: de PVV is wet een kleine partij, maar ze is veel in het nieuws en ze krijgt veel steun. Waar het om gaat is dat mensen conformistisch worden als ze met doodsangst worden geconfronteerd. Dat kan ook leiden tot steun aan Wilders.'
    Renkema deed ook onderzoek naar stereotypering onder invloed van doodsangst. ...
    Zo schetst Renkema een beeld van proefpersonen die onder invloed van doodsangst sterk naar hun eigen groep trekken, conformistisch zijn en buitenstaanders stereotyperen. Het lijkt wel een portret van de Nederlanders ten tijde van de kredietcrisis en de opmars van Wilders. 'Dat heb ik niet onderzocht', zegt Renkema. 'Maar uit ander onderzoek blijkt wel dat onzekerheid tot conformisme en stereotypering leidt. Onzekerheid heeft soortgelijke effecten als angst voor de dood.'


Red.:   Het onderzoek dat Renkema gedaan heeft, gaat over mensen. Niet autochtonen of allochtonen. De conclusies slaan dus op zowel autochtonen als allochtonen. Toch wenst Renkema, waarschijnlijk onder sturing van de journalist, Peter Giesen, de bevindingen alleen toe te passen op autochtonen - als interpretatie van de redenen voor het stemmen op Geert Wilders - je reinste vorm van politbureau-sociologie: je mag alleen iets publiceren dat in overeenkomst is met de partijlijn.
    In werkelijkheid is het natuurlijk voornamelijk anders. Degenen die het meeste reden voor angst hebben, zijn de immigranten die van een achtergebleven cultuur zijn verhuisd naar een verder gevorderde. Waar de grote meerderheid der mensen totaal andere gewoontes hebben. De door de theorie van Renkema voorspeld reactie dat ze meer onder elkaar kruipen. Wat precies is wat we zien: het begon met eigen winkels en eigen  café, en daarna eigen klederdracht en eigen kerken, tot nu eigen voedsel, eigen wijken, enzovoort,met tegelijkertijd steeds sterkere tekenen van afwijzen van de anderen, zoals de overlast, criminaliteit, weer die  klederdrachten, en gewoon de uitspraken: "Wij haten jullie!"  .
   Overigens: de redenaties die gebruikt worden zijn ook een archetypisch voorbeeld van de denkfout van inconsistentie of gelegenheidsargumenten (Ad hoc)  : Vraag één: wat gebeurt er als mensen bang zijn? - antwoord: 'De mensen die aan de dood waren herinnerd, sloten zich in meerderheid aan bij de grote groep'. Vraag twee: 'Maar hoe verklaart hij de huidige situatie in Nederland?' - antwoord twee: 'In een angstig maatschappelijk klimaat lopen de traditionele grote middenpartijen leeg, terwijl de steun voor kleine partijen als de PVV toeneemt'.
    Het is toch eigenlijk bijzonder triest dat je je wetenschappelijke reputatie zo gemakkelijk te grabbel wenst te gooien, alleen maar om een paar vooroordelen te bevestigen. Maar misschien krijg je er wel leuke baantjes door ...
    Nu eentje uit het buitenland:


Uit: De Volkskrant, 11-05-2009, door Gert-Jan van Teeffelen

Accent | Opinieonderzoek

Britse moslims ‘erg Brits’, maar aartsconservatief

Mogelijk zijn de Britse moslims de enigen die nog luisteren naar premier Gordon Brown, die zo graag zou zien dat de inwoners van het land trots zijn op hun Britse identiteit. Want moslims lijken een stuk patriottischer dan doorsnee-Britten.
    Van de bevolking als geheel zegt hooguit de helft zich te identificeren met het Verenigd Koninkrijk, waartoe Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland behoren. Onder moslims is dit 77 procent, aldus eind vorige week gepubliceerd onderzoek van het Gallup Center for Muslim Studies.
    Nog groter is het aantal moslims dat loyaal aan het land zegt te zijn: 82 procent. Ze blijken bovendien meer vertrouwen te hebben in de rechtspraak, banken, de media en eerlijke verkiezingen dan de gemiddelde Brit.
    De uitkomst staat haaks op het imago dat moslims hebben onder de gehele bevolking. Slechts 36 procent van de Britten zou islamieten willen bestempelen als loyale landgenoten.
    ‘Dit onderzoek toont dat veel aannamen over moslims en integratie niet verder van de waarheid konden liggen’, zei Gallup-directeur Dalia Mogahed. Deze Amerikaanse moslima kwam onlangs in het nieuws doordat zij door president Obama is benoemd tot adviseur.
    Ook in Duitsland blijken moslims aanzienlijk patriottischer dan de bevolking als geheel. Internationaal gezien vallen Britse moslims – voornamelijk afkomstig uit Pakistan – echter op door hun aartsconservatieve opvattingen over onderwerpen als homoseksualiteit, pornografie en seks buiten het huwelijk.
    Het aantal Britse moslims dat homoseksuele handelingen moreel aanvaardbaar acht, bedraagt 0 procent. Van de duizend ondervraagde moslims was er niet één die deze stelling wilde onderschrijven. Franse moslims daarentegen blijken een stuk liberaler: 35 procent zegt dit te accepteren.
    Seks voor het huwelijk wordt door slechts 3 procent van de Britse moslims in orde bevonden. Onder hun geloofsgenoten in Frankrijk en Duitsland is dit 48 respectievelijk 27 procent.   ...
    Het imago van moslims in Groot-Brittannië heeft geleden onder de reeks terreurcomplotten die de afgelopen jaren aan het licht kwamen.
    Overigens zat de politie daarbij soms fout. Zo zijn de Pakistaanse studenten die vorige maand met veel vertoon werden opgepakt rond Manchester – het uitlekken van de operatie kostte de hoogste Britse terreurbestrijder zijn baan – vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs.


Red.:   Grappig is deze, met zijn eigen ontkenning ingebouwd. Natuurlijk weten we namelijk allang dat je bij het onderzoek naar menselijke opvattingen ze er niet naar moet vragen, maar moet kijken naar hoe ze handelen  . Dus als moslims in Engeland of Duitsland zeggen dat ze loyaal zijn, moet je daar totaal geen enkele geloofwaardigheid aan toekennen -want in de loop van de jaren hebben ze inmiddels allemaal geleerd dat ze dat moeten antwoorden.
   In dit geval staat de alternatieve methode er zelfs bijna. Want als je niet direct naar handelen kan kijken, dan is het alternatief om vragen te stellen die over concrete dingen gaan, en waaruit je de loyaliteit kan afleiden. Zo zijn de Britse moslims collectief tegen vrijheid van homoseksualiteit, tegen seks voor het huwelijk, en zo zal er nog wel het nodige zijn. Dat soort vrijheden makt het Brits-zijn uit. En als je de houding van moslims tegenover alle punten van het Brits-zijn optelt, dan kom je op een diametraal resultaat met etrekking tot die som: de loyaliteit.
   Trouwens, als je toch naar handelingen wilt kijken, zet dan je camera op een cricketwedstrijd waarin moslims, dat wil zeggen: Pakistani in het Britse geval, tegen Engelsen spelen, en bepaal de verhoudingen van de moslims die voor Pakistan of voor Engeland juichen. Vermoedelijk haalt u nog niet de één procent. Voor Engeland dan wel te verstaan. Zo loyaal zijn moslims aan Engeland. En dat zien de Engelsen natuurlijk ook wel. Vandaar dat ietwat lagere getal voor moslimloyaliteit van de Engelsen zelf ...
   Tot slot, naar aanleiding van de laatste alinea: de reputatie van de moslims heeft niet zozeer geleden door de complotten, als wel door de daadwerkelijk gepleegde aanslagen. Eentje met tientallen doden tot gevolg. Maar die is onze correspondent, multicultureel natuurlijk, gevoegelijk al vergeten...
    Het volgende geval komt weer direct uit de wetenschappelijke wereld:


Uit: Leids universiteitsblad Mare, 02-04-2009, door Hans Klis (printversie)

Dan toch liever een Nederlander

Nederlanders moeten de hand in eigen boezem steken als het gaat om de discriminatie van minderheden, zegt een Leidse psycholoog.

‘Je roept niet zomaar dat je gediscrimineerd wordt, als je er geen aanwijzingen voor hebt’, zegt Katherine Stroebe. ‘Het is geen toverwoord dat mensen zomaar in de mond nemen. Zoals ik aantoon, is het juist erg negatief om toe te geven dat je gediscrimineerd wordt. Je weet dan dat je ook in de toekomst hetzelfde zult meemaken.’   ...
    Stroebe promoveerde op discriminatie bij sollicitaties, maar deed haar onderzoek met uitsluitend vrouwelijke proefpersonen. Aanvankelijk wilde zij de effecten op allochtone sollicitanten onderzoeken. ‘Maar in Leiden heb je nu eenmaal niet zoveel toegang tot allochtonen’, legt Stroebe uit. Daarom koos zij ervoor om discriminatie bij vrouwen te bekijken. ...
    Wat zegt vrouwendiscriminatie over Marokkanen? Stroebe: ‘Marokkanen worden meer structureel gediscrimineerd dan vrouwen, dus je moet wel voorzichtig zijn om mijn resultaten bij vrouwen, direct te koppelen aan de discriminatie van Marokkanen. Maar in principe wordt met dit onderzoek een fenomeen onderzocht dat groepsoverschrijdend is. In Amerika zijn dezelfde resultaten gevonden bij onderzoeken naar discriminatie van African Americans. Daar speelt de huidskleur bij discriminatie, in Nederland heeft het meer te maken met de islam.’   ...
    ‘Er zijn heus wel werkgevers die een goede Marokkaan in dienst hebben gehad’, vertelt student Sport en beweging Abdoelah (17), die liever niet met zijn achternaam in de krant wil. Hij probeerde te solliciteren bij een kledingwinkel die personeel zocht, maar werd afgewezen omdat ze een vrouw zochten. ‘Maar dat stond niet op het aanplakbiljet. Die eigenaar dacht bij zichzelf: liever een Nederlander, dan ben ik tenminste zeker van mijn zaak.’    ...
    Volgens Stroebe zijn meer rolmodellen in het dagelijks leven daarbij van groot belang. Want: 'Hoeveel zijn er nu eigenlijk hoogleraar aan een universiteit?’


Red.:   Hoe is het mogelijk ... Maar het staat er echt: "Mensen zullen het woord 'discriminatie' niet zonder goede reden in de mond nemen, want het is nadelig voor ze'. het is precies andersom: het in de mond nemen van 'discriminatie' is voordelig voor mensen, want een inherente tekortkoming ("niet goed genoeg")  wordt afgeschoven op een externe ("kleur"), en om die en slechts die reden wordt er talloze malen gebeurtenissen op "discriminatie" afgeschoven die dat beslist niet zijn.
    Neem het voorbeeld van Abdoelah en de kledingwinkel. Er kunnen talloze reden zijn dat hij Abdoelah niet wilde: leeftijd, geslacht (het stond niet op het biljet, maar misschien dacht de winkelier dat dat vanzelf sprak), de blik in zijn ogen, en noem maar op. Mogelijkerwijs is daar zelfs het Marokkaan-zijn bij, maar zelfs dan hoeft het nog geen discriminatie te zijn. Misschien is de winkelier overvallen door en Marokkaan. Of denkt hij gewoon aan zijn klanten, die misschien niet zo verlicht zijn als hij, en wel bezwaar hebben tegen een Marokkaan, bijvoorbeeld omdat ze overlast veroorzakende Marokkanen in de buurt hebben ... Dat is geen discriminatie, want er is een goede reden reden anders dan etnie om geen Marokkaan aan te nemen.
    Dezelfde processen spelen ongetwijfeld bij alle allochtonen die solliciteren. Als een Nederlander tien keer afgewezen wordt, zoekt hij daar niets achter. Als een allochtoon drie keer afgewezen wordt, zal de gedachte aan discriminatie al in zijn hoofd opkomen. Bij vijf of zes keer afgewezen worden krijgt hij hiervan een ernstig vermoeden. En bij tien afwijzingen weet hij het welzeker. Dit allemaal volgens het bekende en simpele proces waarin bij iedereen de oorzaken voor zijn falen uiten zichzelf zoekt. En zeker macho-mannetjes als die uit de Marokkaanse en creoolse culturen.
   Toch staat het omgekeerde er echt, en kennelijk ook in een wetenschappelijke publicatie: "Allochtonen kan je vertrouwen op hun woord als ze het hebben over de oorzaken van hun falen bij solliciteren".
   De andere methodologische fouten die hier staan zijn dan niet meer verbazingwekkend: nee, natuurlijk kan je resultaten bij vrouwen niet zo maar toepassen op Marokkanen. En nee, je kan dat ook niet doen met reulaten uit Amerika over Afro-Amerikanen.
    Het staat er natuurlijk niet, maar voor dit soort verschijnselen is maar één enkele verklaring: het onderzoek moest de gewenste resultaten opleveren.
    Nou, dat is gelukt. Maar dit heeft absoluut niets met wetenschap te maken. Dit is politieke propaganda. Van de ergste soort. Namelijk die in een volkomen valse jas. George Orwell zou zich in zijn graf omdraaien.
    Er blijkt qua overtreding dat je mensen niet naar hun mening over zichzelf moet vragen nog een overtreffende trap te zijn:


Uit: De Volkskrant, 02-07-2009, van verslaggeefster Malou van Hintum

Meeste Nederlanders voor behoud eigen cultuur Marokkanen

Integratie krijgt de voorkeur boven assimilatie, blijkt uit promotieonderzoek. Naarmate mensen positiever staan tegenover zichzelf en anderen, zijn ze meer voor integratie.

De meeste Nederlanders staan positief tegenover de integratie van Marokkanen. Ze geven zelfs de voorkeur aan integratie boven assimilatie. Dat blijkt uit onderzoek waarop sociaal-psycholoog Jacomijn Hofstra (1980) vandaag aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert.
    Hofstra onderzocht tussen 2003 en 2008 de houding van autochtone Nederlanders ten opzichte van integratie (meedoen aan de samenleving met behoud van de eigen cultuur), assimilatie (meedoen en de eigen cultuur opgeven), separatie (alleen de eigen cultuur is belangrijk) en marginalisatie (de eigen cultuur is onbelangrijk, de relatie met het gastland ook). Die houding combineerde ze met iemands ‘hechtingsstijl’; de manier waarop hij zichzelf en anderen ervaart.    ...
    Hofstra verklaart de verrassende uitkomst door haar manier van meten. ‘Meestal wordt mensen alleen maar om hun mening gevraagd, bijvoorbeeld: ‘Hoe staat u tegenover moslims?’ Ik heb mijn proefpersonen vier soorten verhalen voorgelegd, waarin Marokkanen vertellen over het hoe en waarom van de keuzen die ze maken.
    ‘Degene die wil integreren, zegt bijvoorbeeld: Ik vind het prima dat mijn kinderen Sinterklaas vieren op school, maar thuis doen we ook aan Ramadan. Vervolgens heb ik mijn proefpersonen gevraagd hoe ze de gedachten en gevoelens van deze persoon beoordelen.’   ...


Red.:   Kortom: je laat allochtonen, moslims, verhaaltjes vertellen over hoe goed geïntegreerd ze wel niet zijn, sprookjes dus, en aan de hand van die sprookjes laat je andere mensen oordelen.
    Kan het nog achterlijker ...?
    Kijk ook eens hier  .
    Het kan nog achterlijker. Niet in zijn openheid, maar in het verborgene, door meer en verhullend wetenschappelijk taalgebruik. Dit van iemand die heel goed de baas van iemand als mevrouw Hofstra zou kunnen zijn:
 

Uit: Waterlandstichting.nl, 19-03-2009, door Willem Schinkel is universitair docent theoretische sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij (2007).

Alledaags culturisme

Inleiding

‘Racisme’, dat is tegenwoordig een saai woord. Over racisme wil niemand het hebben. ...
    In de internationale sociale wetenschap is racisme tegenwoordig een voorwerp van hernieuwde reflectie.... In mijn boek Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij stel ik voor daarvoor de term culturisme te gebruiken. Waarom?
    De laatste decennia worden gekenmerkt door wat sommigen een ‘neo-racisme’ hebben genoemd. ... Waar racisme een differentiële waardering op grond van een biologisch of anderszins natuurlijk onderscheid betrof, is neo-racisme een waardering op grond van een cultureel onderscheid. ...
    ...Enerzijds is het terecht dat racisme ‘uit’ is. Veel urgenter aanwezig is tegenwoordig culturisme, hoewel dat geenszins wil zeggen dat er niet ook racisme in de reguliere zin des woords is. Racisme opereert op basis van een normatieve logica van terranormativiteit: het veronderstelt een natuurlijke ‘grond’ (terra). Die grond kan biologisch (Blut) zijn en dan betreft het een ‘grond’ in de overdrachtelijke zin. Hij kan ook bestaan uit een ‘grond’ in de letterlijke zin (Boden), maar ook dan heeft hij een vooronderstelde natuurlijke ‘hardheid’. Daartegenover staat een meer sociale normatieve logica die culturisme kenmerkt. Hier opereert een agranormativiteit, een logica van genormeerde observatie op grond van een cultureel onderscheid. Cultuur, dat is een agrarisch model. Het in cultuur brengen wil zeggen: het bewerken van de grond. Dat is wat in culturisme gebeurt. De neutraliteit van de natuurlijke grond wordt geaccepteerd, en vervolgens worden problemen geattribueerd aan de culturele bewerking van die grond. Dat is waarom de staat tegenwoordig opereert als een ‘tuinman’ (Bauman, 1989): de staat beploegt de akker van de migrant, die verkeerd bewerkt is en die aangepast moet worden aan ‘de cultuur van Nederland’, aan de ‘dominante cultuur’.
    Culturisme is zo een equivalent voor racisme. Racisme is maar één mogelijk exorcistisch discours en niet ieder discours moet geconceptualiseerd worden als ‘racisme’. In plaats van proberen door middel van affixen een nieuwe vorm van racisme te identificeren, moeten we een nieuw exorcistisch discours identificeren - ik stel voor dat we dat doen met de naam culturisme.
    Nederland is doortrokken van culturisme. Het kan zich vrijpleiten van de meer zichtbare en platte vormen van racisme en kan zich daarmee een schoon geweten toedichten, maar in de vanzelfsprekendheid van het hedendaagse spreken over ‘integratie’ is een agranormativiteit aan het werk die het culturistisch karakter ervan verraadt voor wie bereid is sociale wetenschap te beschouwen als het betwijfelen van het vanzelfsprekende. Het integratiediscours kent drie naoorlogse fasen, waarvan de laatste en huidige begin jaren 90 zijn intrede doet. Die fase heeft de volgende vijf kenmerken:
    Het heeft een focus op ‘achterstanden’ en problemen in meer algemene zin. Voorondersteld is een essentialistisch beeld van ‘cultuur’ als een stabiel geheel van waarden en normen (dit geldt voor zowel de ‘eigen cultuur’ van ‘allochtonen’ als voor de ‘Nederlandse cultuur’). Het is een niet langer groepsgewijs denken over ’integratie’ en emancipatie, maar een individualiserend denken hierover (het zijn individuen die wel of niet geïntegreerd zijn; het zijn individuen die verantwoordelijkheid en schuld hebben in geval van achterstand en/of problemen).‘Cultuur’ wordt als verklarende factor gezien voor achterstanden en problemen. ‘Cultuur’ wordt als potentieel intrinsiek problematisch gezien, en als incompatibel met ‘de dominante cultuur’.
    Met name punt vier en vijf maken deze fase een culturistische fase. Er is een Eureka-moment geweest in Nederland: eindelijk hebben we de verklarende factor voor die hardnekkige ‘achterstanden’: cultuur! ‘It’s the culture, stupid!’ Dat heeft geleid tot een verenging van het integratiedebat tot issues die met ‘Islam’ of met ‘moslims’ te maken hebben. ... In Nederland heeft het geleid tot de opkomst van nieuwe extremistische partijen, zelfs ‘bewegingen’, en een opschuiven in de richting van xenofobie van de reguliere partijen, van Groen Links tot Christen Unie.
    De functie van de culturistische associatie tussen bijvoorbeeld ‘de Islam’ en homo- en vrouwenonderdrukking ligt in het zeker stellen van een identiteit van de gedroomde Nederlandse samenleving. Dat is waarom Judith Butler, in haar commentaar op de Nederlandse situatie, heeft benadrukt dat de rechten van vrouwen en homoseksuelen niet misbruikt moeten worden ten dienste van de uitsluiting van bevolkingsgroepen. Die rechten zijn fundamenteel, maar hun selectieve en instrumentele benadrukking door conservatieven en christendemocraten die er nooit warm voor liepen, duidt eerder op een nog steeds niet serieus nemen ervan dan op een reëel bestaande consensus over de waarde ervan.

‘It’s the culture, stupid!’ Culturisme als verklaringsmodel
Afwisselend kan zo bijvoorbeeld ‘de cultuur van Marokkanen’ of ‘de Islam’ tot verklaring uitgeroepen worden voor allerhande zaken, waaronder criminaliteit. Maar dat leidt tot schijnverklaringen. Onderdeel van het breder culturistisch discours is een criminalisering van diegenen die een ‘andere cultuur’ (of een religie, gecodeerd als ‘cultuur’) hebben. Die ‘verklaring’ verklaart echter niets. Maar de verklaring van criminaliteit uit ‘cultuur’ is een tautologische vorm die stelt dat mensen bepaalde gedragingen vertonen omdat ze normen volgen die waarden ondersteunen die behelzen dat het goed is dat dergelijke gedragingen vertoond worden. Of met andere woorden, de ‘verklaring’ geeft als antwoord op de vraag ‘waarom doet Mohammed X?’ het antwoord ‘omdat alle Mohammeds X doen’. Of, in afgezwakte variant: ‘omdat alle Mohammeds geneigd zijn tot X’. Daarmee leren we nog niets en vinden we precies het gezochte niet - een verklaring.
    Zo laat ook de politie zich bij de aanpak van criminaliteit van Marokkaanse jongeren in Nederland informeren door een culturistisch denkkader. Nederlandse politieagenten zijn op reis geweest naar Marokko om daar ‘de cultuur’ van Marokkaanse jongeren in Nederland te leren kennen en zo hun gedrag beter te begrijpen. Hierbij gebeuren in feite twee dubieuze dingen: 1) criminaliteit wordt een reden een ‘cultuur’ te bestuderen; 2) ‘de cultuur van Marokkaanse jongens in Nederland’ wordt gelijkgesteld aan ‘de cultuur van Marokko’. Aldus wordt in de ‘Marokkaanse cultuur’, die in ‘primitieve staat’ in Marokko zelf te bestuderen is, de reden gezocht van de criminaliteit van bepaalde jongeren. De culturistische koppeling tussen ‘cultuur’ en ‘criminaliteit’ gaat bovendien voorbij aan het feit dat de ‘eerste generatie’ Marokkaanse Nederlanders veel minder in criminaliteitsstatistieken voorkomt dan de ‘tweede generatie’. Er is, kortom, alle reden voor een kritiek van het hedendaagse, alledaagse culturisme.

Het multiculturealisme en de nieuwe politieke correctheid
Waarom is die kritiek er zo weinig? Het spreken over ‘integratie’, ‘allochtonen’, ‘cultuur’ heeft in de culturistische fase van het integratiediscours een dwingende vorm gekregen die een sterk retorisch karakter heeft. Typisch voor de inmiddels dominante houding ten aanzien van culturisme is het hoofdredactioneel commentaar van het NRC Handelsblad op het recent verschenen rapport over Nederland van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie. Wat constateert het ECRI-rapport namelijk? Dat Nederland, ten opzichte van het vorige rapport uit 2000 een sterk intolerante wending gemaakt heeft. Dat een discriminatoire politiek gevoerd wordt die zich uit in discriminatoire wetten, zoals de ‘Rotterdamwet’ (officieel genaamd de ‘Wet Bijzondere Maatregelen Grootstedelijke Problematiek’). Nauwgezet traceert het rapport de ontwikkelingen in Nederland, van het integratiediscours tot de juridische codificatie van het door de Commissie geconstateerde racisme - ik zou zeggen: culturisme - daarin. Het hoofdredactioneel commentaar op het rapport spreekt van ‘verouderd denken’. Verouderd denken? Sinds wanneer zegt dat iets over de inhoud van het gedachte?! Wat we hier terug zien is wat ik de nieuwe politieke correctheid zou willen noemen. Dat het hoofdredactioneel commentaar van een kwaliteitskrant daarvan doordrongen is, is een illustratie van de dominantie ervan.
    De nieuwe politieke correctheid heeft te maken met de eerder genoemde Eureka-ervaring. Feitelijk was die ervaring er een van het type Doornroosje: Nederland werd wakker gekust uit een politiek correcte slaap door Prins Fortuyn. Het land sliep en was jarenlang blind voor de problemen van de multiculturele samenleving totdat het wakker gekust werd. Dat was een louterende ervaring, een verlichting van Zen-proporties. Na Fortuyn was het wakker gekuste land vastberaden om de problemen niet langer te ontkennen maar ze ‘bij de naam’ te noemen. De verlichting die optrad deed het land herinneren aan haar verlichte wortels, de kern van haar cultuur. Het moest dus uit zijn met het tolereren van intolerante, niet-verlichte culturen. Het ‘multiculturalisme’ moest voorbij zijn en daadkracht was vereist. ...
    Het multiculturealisme hanteert de volgende stijlfiguren:
  • Het doet zich voor als een realisme en daarmee als neutraal.
  • Het stelt een breuk met het verleden voor. Er is een duidelijk ‘voor’ (Fortuyn) en een ‘na’ aanwijsbaar, een tijd van Doornroosje en een tijd van de wakkere ridder die de strijd om de beschaving aangaat.
  • Het opent de aanval op de politieke correctheid. De nieuwe politieke correctheid bestaat uit de verplichte belijdenis - die soms, zoals voor ‘linkse’ politici, een biecht is - ‘tegen de politieke correctheid’ te zijn. Wie gehoord wil worden en kredietwaardige ideeën wil overbrengen, moet zeggen tegen de politieke correctheid te zijn.
  • Het predikt daadkracht. Er is genoeg analyse geweest. De problemen zijn in kaart gebracht en er moet alleen nog over oplossingen gesproken worden. En dan moet er opgelost worden. Maar: niet alleen is er de afgelopen jaren minder integratiebeleid geweest dan in alle voorafgaande jaren; de populistische nadruk op daadkracht is natuurlijk maar zo lang praktisch plausibel als hij overschreeuwd wordt door... een roep om daadkracht. De ‘harde taal’ van het vorige kabinet was precies dat: taal. Dat de daadkracht ontbrak, blijkt nu met de nieuwe inburgeringswet, waarover 4 jaar met veel spierballentaal gesproken is maar die niet uitvoerbaar blijkt.
  • Het plaatst zich in de rol van underdog. Het multiculturealisme doet het voorkomen alsof er nog steeds een dominante multiculturalistische ontkenning van de problemen bestaat. Het verleden is niet zomaar weg. Sterker nog: er bestaat een hardnekkige poldersamenzwering die de falende multiculturalistische politiek wil doorzetten en die het nieuwe multiculturealisme de kop in wil drukken. Die retorische underdogpositie is strategisch nuttig omdat ze verhult dat de realistische daadkracht voorbij de politieke correctheid inmiddels de dominante discussievorm is. Want wie het waagt nog in pre-Fortuynistische termen over integratie te spreken wordt als fossiel weggezet.
  • Het positioneert zich weg van ‘links’. Het verouderde denken, dat is het linkse denken. De poldersamenzwering, dat is de ‘Linkse Kerk’. Dat ideologische gebrek aan daadkracht, dat is typisch links. Die bureaucratische stroperigheid? Links. En hoewel ‘links’ natuurlijk nooit aan de macht is geweest, legitimeert de nadruk op het ‘verouderde denken’ van ‘Links’ het dominante culturisme.
Op links zijn in de politiek daarom aanpassingsstrategieën te zien. Groen Links en D66 proberen zich het liberalisme toe te eigenen. De SP is van ‘oude’ naar ‘nieuwe politiek’ gegaan, en de PvdA kiest voor de biecht: ‘ja, wij waren naïef en multiculturalistisch, maar we zien nu in dat we fout zaten’. De recente PvdA resolutie is hier een typisch voorbeeld van. Zo was de Fortuynrevolutie eerst en vooral een retorische revolutie. Het multiculturealisme legitimeert aldus een culturisme dat meerdere maatschappelijke sferen doortrekt. Daarmee staan fundamentele waarden en waarheden op het spel. Hoe vaak wordt bijvoorbeeld niet een selectief toegepast beroep op de ‘vrijheid van meningsuiting’ gedaan om xenofobie te legitimeren, waarbij conflicten met wetsartikelen tegen discriminatie en belediging a priori uitgesloten worden?
    De vrijheid van meningsuiting wordt zo vaak aangehaald omdat dat het enige is dat tegenwoordig nog universeel is: het hebben van een mening. Maar we hebben behoefte aan lucht, aan een doorbreken van de multiculturealistische dwangbuis van het spreken. Gevestigde intellectuelen zijn nooit in staat geweest een links antwoord te vinden als het om ‘integratie’ gaat. Juist omdat listig ingespeeld wordt op de linkse agenda bijvoorbeeld op het gebied van homo- en vrouwenrechten, hebben ze alleen maar reactief kunnen zijn. Het is daarom tijd het links van links te zoeken. We moeten andere meningen horen. We hebben een nieuwe politieke incorrectheid nodig!


Red.:   Een sterk geparfumeerde vorm van "Het ligt niet aan de cultuur" (hieruit zijn overigens nog flink aantaal naamverwijzingen (name dropping) geschrapt - waar het dan wel aan ligt komt vanzelfsprekend niet aan de orde. Of misschien is "het" er wel niet ...
    Overigens is dit wel een extreme vorm, zoals af te leiden is uit het feit dat zelfs GroenLinks een vorm van "schuiven" in de schoenen wordt geschoven, iets waar werkelijk geen enkel bewijs voor bestaat.
    Maar dit laatste laat zien waar socioloog en universitair docent Schinkel staat: dit is een puur ideologisch verhaal. Voor de stelling "GroenLinks is geschoven in zijn houding ten opzichte van het integratiedebat" zijn bewijzen nodig - wetenschappelijke bewijzen gezien de genoemde ondertekening. Die bewijzen worden niet geleverd.
    Ook onthullend is het kritiekloos overnemen van het ECRI-rapport. Uit een interview met één van de verantwoordelijken:


Uit: De Volkskrant, 28-03-2009, van verslaggever Ron Meerhof

Adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Europa maakt zich zorgen om imago van Nederland

'Onze rapporten zijn niet altijd welkom'


Interview | Maud de Boer-Buquicchio (64)' Raad van Europa vindt de sfeer in Nederland verslechteren.

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) concludeerde in 2008 dat racisme, xenofobie en islamofobie in Nederland 'dramatisch' groeiden en dat de overheid te weinig deed om dat tegen te gaan. De ECRI strooide kwistig met oordelen over onder meer het politieke debat en de berichtgeving door de media.   ...

Heeft de raad ook een mening over bijvoorbeeld het feit dat de minister van Integratie toestaat dat bij Inburgeringcursussen mannen en vrouwen gescheiden zitten?
'Nee, daarover heb ik niets gehoord. Maar het is een interessant punt. Jammer dat in de gesprekken met Nederlandse autoriteiten en organisaties niemand dat heeft opgeworpen.'

Logisch, van de tien geïnterviewde politici zijn er zes lid van het CDA, dat toch niet bekend staat om zijn levendige discours over religies, laat staan kritiek op religies. Daarnaast sprak de commissie met een D66'er en een ChristenUnie-lid, maar met niemand van PVV, SP of PvdA, uitgezonderd PvdA-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.
'Ik kan geen commentaar leveren op de keuze van gesprekspartners door de onderzoekers. ...'


Red.:   De socioloog en wetenschappelijk docent Schinkel is een zeer slecht onderzoeker, want deze informatie stond gewoon in de krant. De reden dat deze informatie hem niet bekend was, is hoogstwaarschijnlijk dat hij er niet naar heeft gezocht (expres weegelaten zullen we maar schrappen). En dat hij er niet naar gezocht heeft, ligt vermoedelijk op het vlak dat de conclusies van het onderzoek hem goed uitkwamen. Goed pasten bij zijn ideologische vooronderstelling.
    En de rest van het artikel ... Tja. het beweegt zich van de ene loze bewering of redenatie naar de andere. Citaat:

  De culturistische koppeling tussen ‘cultuur’ en ‘criminaliteit’ gaat bovendien voorbij aan het feit dat de ‘eerste generatie’ Marokkaanse Nederlanders veel minder in criminaliteitsstatistieken voorkomt dan de ‘tweede generatie’.

Kennelijk zijn er bij de eerste generatie remmende factoren geweest - zoals bijvoorbeeld het komen uit een veel slechtere (thuisland)situatie waardoor de onterechte klachten gecompenseerd weren. Of het feit dat ze met veel minder waren. Of dat ze nog niet verpest waren door het multiculturalistische idee dat hun cultuur volkomen gelijk was aan de Nederlandse, en hun achterstand dús wel aan Nederland moet liggen ...
    Het is allemaal gewoon magisch denken: ik heb Het Licht gezien, en zal nu aan de rest van de wereld laten zien hoe sterk dat Het Licht is. En dit alles gegoten in een sterk gekruid wetenschappelijk sausje. Je zou bijna zeggen dat het geen wonder is dat men sympathie heeft voor de islam ...
    Zelfs de meest basale biologische wetten zijn niet heilig voor de sociologische leugenaars:


Uit: DePers.nl, 12-07-2011.

‘Niks mis met huwelijk tussen neef en nicht

De gevaren van een huwelijk tussen neef en nicht worden in de westerse wereld overdreven. In het verleden waren dit soort verbintenissen wellicht zelfs effectief tegen ziektes als malaria en lepra. Dat schrijft sociaal psycholoog Ashley Hoben. Zij promoveert donderdag op dit onderwerp aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG).


Red.:   En grove leugen, natuurlijk. Ingegeven door ideologie, namelijk het multiculturalisme. Moslims sluiten veel neef-nichthuwelijken, neef-nichthuwelijken staan op biologische gronden in een slecht daglicht, de bescherming van moslims is ideologie dus heilig, en dus moet het slechte daglicht van neef-nichthuwelijken aangevallen worden. Met gelegenheidsargumenten:
 
  In het verleden werden goede genen mogelijk doorgegeven, waardoor de immuniteit tegen ziekten groter werd. In gebieden waar vroeger veel malaria en lepra voorkwam, werden relatief veel huwelijken tussen neef en nicht gesloten. ,,De genen die beschermen tegen deze ziektes blijven bij elkaar als een neef en een nicht een kind krijgen'', aldus Hoben.

In sommige gevallen is er een voordeel, namelijk daar waar en nog grotere schade is door andere oorzaken. Een uitzondering.
    Volgende leugen:
 
  Een kind van een moeder die tijdens de zwangerschap veel alcohol drinkt of drugs gebruikt, heeft een veel grotere kans op afwijkingen meldt de onderzoekster.

Type argument: moord is erger dan diefstal, dus diefstal hoeven we niet te vervolgen. Het gebruik van dit type argument zou tot een proces wegens wetenschappelijke fraude moeten leiden.
    Volgende leugen:
 
  ,,Het verhoogde risico op gezondheidsproblemen staat in geen enkele verhouding tot de afgunst die wij in het westen hebben van huwelijken tussen familieleden.''

Er bestaat in het westen geen afgunst jegens neef-nichthuwelijken. Er bestaat in het westen afkeer van neef-nicht-huwelijken. Omdat neef-nicht-huwelijken bewezen biologisch schadelijk zijn. Omdat neef-nichthuwelijken meestal gedwongen zijn, en geen rekening houden met het door de biologie noodzakelijke geachte proces van het matchen van de immuniteitssystemen van de partners, dat werkt via feromonen. Dit omdat een matchend immuniteitssysteem ook belangrijk is voor het kind met de vreemde genen in de baarmoeder van de moeder.
    Volgende leugen:
 
  Bekende personen als Charles Darwin, Albert Einstein, Edgar Allan Poe en koningin Victoria waren getrouwd met een neef of nicht.

Het feit klopt, maar wat m,en ermee wil zeggen niet: er is dus geen belangrijk risico bij neef-nichthuwelijken. Want de genoemde gevallen zijn enkelingen - uitzonderingen - excepties. Bij een enkel neef-nichthuwelijk is er een risico, maar dit overzienbaar:
 
  Er is echter wel een grotere kans op gezondheidsproblemen en aangeboren afwijkingen bij kinderen van verwante ouders. Het gaat zelfs gemiddeld genomen om een anderhalf keer zo groot risico.

Oftewel: de onderzoeker heeft het over een enkel geval. De relevantie zit natuurlijk echter in het geval van een reeks neef-nichthuwelijken, een regel van neef-nichthuwelijken, een traditie van neef-nichthuwelijken, een cultuur van neef-nichthuwelijken. Zoals bij de moslims.
    Het is natuurlijk ook die laatste factor: de ideologie, die gezorgd heft voor de fundamentele omissie in dit onderzoek: de biologisch factor. Want misschien is de sociologie daar niet van op de hoogte, maar partnerkeuze is een biologisch kwestie. En had men ook maar een enkele dag besteed aan biologisch verwante zaken, was men onmiddellijk gestuit op het volgende onderzoek. Dat deze redactie als jaren kent, op de televisie vertoond is, in diverse populair-wetenschappelijke bladen heeft gestaan, jaren geleden, en nu toevallig recent in een gewoon opinieweekblad was te vinden:


Uit: HP/De Tijd, 29-07-2011, door Mark Traa

Verborgen verleiders


Tussenstuk:
Geurende genen

Geef het maar toe: u heeft stiekem vast weleens liefdevol gesnuffeld aan een pyjama of nachthemd van uw partner. Gewoon omdat u zijn of haar lichaamsgeur dan nog even kon ruiken. Raar is dat niet, want onze partner zoeken we deels uit op geur, en in kledingstukken bevindt zich natuurlijk het opgedroogde zweet van uw geliefde. In feite is het een afdruk van diens DNA, het erfelijk materiaal. Dat zit opgeslagen in de zweetdruppeltjes. Het zijn genetici die de afgelopen jaren de belangrijkste ontdekkingen hebben gedaan op het gebied van geurvoorkeuren bij partnerkeuze. Onze genen blijken daarbij onbewust namelijk een belangrijke rol te spelen.
   Dat zit zo In ons DNA zitten genen die bedreigingen voor het immuunsysteem opsporen. De weerstand tegen ziekten is groter naarmate het erfelijk materiaal van de ouders (dieren of mensen) elkaar minder overlapt. Het is dus beter om geen kinderen te verwekken bij een familielid. Muizen lossen dat op door elkaars urine te ruiken: daarin zitten stoffen die een soort afspiegeling zijn van het immuunsysteem. Als twee muizen hun urine te veel op elkaar vinden lijken, wordt er niet gepaard.
    Er zijn niet veel mensen die aan elkaars urine ruiken, dus de hele genetische kant van de geurenselectie van mensen kreeg nooit zo veelaandacht.
    Tot de Zwitserse onderzoeker Claus Wedekind begin jaren negentig een beroemd geworden experiment deed. Hij liet 44 mannelijke studenten gedurende twee nachten een schoon katoenen T-shirt dragen. Ze mochten geen deodorant of parfum gebruiken, ze mochten niet roken of drinken en geen seks hebben. Overdag werden de (bezwete) T-shirts bewaard in een afgesloten container. Na de twee nachten mochten de vrouwelijke studenten eraan ruiken. le zaten allemaal in of rond hun menstruatieperiode, want dan ruiken vrouwen beter dan gewoonlijk.
    Wat bleek? De vrouwen bleken de geur van T-shirts aangenamer te vinden naarmate degene die ze had gedragen een immuunsysteem had dat minder leek op dat van henzelf. Mannen die een overeenkomstige verdedigingslinie tegen ziekten hadden als de vrouwen, roken minder lekker. Wie wat extra kon bieden, viel wet in de smaak. Zo werd het nuttige met het aangename verenigd: er is een evolutionair voordeel om mens en bijeen te brengen die samen een breed arsenaal wapens hebben tegen bedreigingen. En de natuur heeft er dus voor gezorgd dat juist die mensen elkaar het lekkerst vinden ruiken.
    Bovendien bleek dat de vrouwen consequent waren in hun keuze, want menigeen zei dat ze hun favoriete T-shirt vonden ruiken naar hun huidige of hun voormalige partner. Die waren natuurlijk met hetzelfde criterium uitgezocht. Vrouwen die aan de pil waren, vertoonden tegenovergestelde voorkeuren. lij kozen vaker T-shirts waarvan de geur hen deed denken aan familieleden. Hun lichaam is immers in de veronderstelling gebracht dat het zwanger is (omdat de eisprong is tegengehouden), en daardoor zou er juist meer behoefte zijn aan de geborgenheid van familie.
    Dat kan nogal wat betekenen: als een vrouw stopt met de pil, kan ze de geur van haar man ineens een stuk onaangenamer vinden. Zijn aantrekkelijkheid kan daaronder lijden, zonder dat zij (of hij) precies kan zeggen waar dat nu aan ligt. De plotseling tegenvallende lichaamsgeur van hun - inmiddels wat oudere - man schijnt voor menige ex-pilslikster een punt van zorg te zijn, en een taboe. Er zijn onderzoekers die vrouwen adviseren om niet de pil te slikken in een periode waarin ze een langetermijnpartner zoeken. Dan is de kans kleiner dat hij op latere leeftijd tegenvalt.
    Het T-shirtexperiment is inmiddels vaak herhaald. Daarbij bleek onder meer dat vrouwen zich ook weer niet aangetrokken voelen tot mannen van wie het immuunsysteem totaal verschillend was: er moeten nog wel wat overeenkomsten zijn. Het zijn in elk geval vooral de vrouwen die op deze wijze onbewust hun partner kiezen, omdat een eventuele foute keuze voor henzelf grotere gevolgen heeft (een zwangerschap en een kind) dan voor de man. Onder meer om die reden heeft de natuur vrouwen bedeeld met een veel gevoeliger reukorgaan: zo kunnen ze kieskeuriger zijn.
    De ontdekking van de 'geurende genen' heeft veel ander onderzoek losgemaakt. Daaruit blijkt dat paren met een sterk overlappend immuunsysteem moeilijker kinderen kunnen krijgen, meer seksuele problemen hebben en (dus?) meer te maken hebben met overspel. Het vervelende is dat er niets aan valt te doen: er is geen ingreep of therapie die je immuunsysteem even verandert. De beste tip die de wetenschap startende stelletjes kan geven, is goed te ruiken aan elkaar, op een moment dat er geen parfum of deodorant is die de eigenlijke lichaamsgeur maskeert - en vervolgens je neus achterna te gaan.


Red.:   Let vooral op die passages die wijzen op de nadelige gevolgen voor het kind. Maar dat hoefde eigenlijk niet meer vanaf het moment dat het effect ontdekt is. Want de natuur ontwikkelt zoiets alleen omdat het voordelig is- en dat is vanzelfsprekend hetzelfde als voordelig voor de nakomelingschap. Voor het kind.
    En dus is ieder proces dat deze vorm van selectie uitschakelt nadelig voor het kind. De culturele gewoonte van uithuwelijken is nadelig voor het kind. En voor wie er een goed oog voor heeft, is het vermoedelijk te zien in de ogen van de bevolking die aan deze culturele gewoonte doet.
    Gelukkig heeft de sociologie principes en ideologieën, die ons leren dat de natuur geen gelijk kan hebben. Want, een ideoloog tegengekomen in een nauw verwante discussie parafraserend: "Feromonen kunnen geen rol spelen" - de feitelijke uitspraak gedaan door de ideoloog was naar aanleiding van een onderzoek dat liet zien dat de hoeveelheid etnische menging een goede voorspeller was van oorlog of burgeroorlog  - de reactie van de ideoloog: "Etnie kan geen rol spelen".


Naar Menswetenschappen  , Wetenschap, lijst  , Wetenschap overzicht  , of site home